logo politiek delft

    PolitiekDelft.nl streeft naar onafhankelijk en objectief nieuwsverslag van het gebeuren in de Delftse politiek
                PolitiekDelft.nl is een orgaan van de logo prodeo Stichting Prodeo Advies Delft KvK Delft nr. 27173695

Reacties naar: redactie@politiekdelft.nl of prodeo@wanadoo.nl

Archief - Overzicht van de voorgaande publicaties per maand gerangschikt


dinsdag 20-03-2007 00h00
Wat schrijven de Delftse raadsleden en anderen

redactie door harrie fruyt van hertog:

Gondelaffaire

Om half tien startte de civiele procedure tussen enerzijds oud vvd-wethouder Christiaan Balje en anderzijds Martin Stoelinga en Salvatore Daga.
Balje eist een megalomane schadevergoeding van euro 600.000,00 inzake gedane politieke uitspraken door Stoelinga over vermeende corruptie.

Als eiser mocht Advocaat Paardekoper het eerst zijn pleitnotities voorlezen. Het ging voornamelijk over de gemaakte video-opnames met geluid door een bewakingscamera. Was dit bewust gebeurd en was Daga wel te goeder trouw. Ook maakten veel journalisten dankbaar gebruik van de berichtgeving op de site van Leefbaar-Delft.nl.
Reinout Plate publiceerde daar een stuk: "Politiek gekleurde rechtspraak". Inzake de waarderingsbijdrage aan Daga voor de gondels is Balje nergens buiten zijn boekje gegaan, het flamboyante gedrag kan heel goed door de beugel, aldus Paardekoper.

Om kwart over tien begint advocaat Duijsens, die optreedt voor Stoelinga en Daga met zijn pleitnotities.
"Balje moet worden aangemerkt als iemand die een kuil voor een ander heeft gegraven maar er vervolgens zelf invalt. Niet gedaagden maar Balje heeft een grote klap op de publiciteitsmachine gegeven, waarna de media op deze kwestie zijn gedoken en feiten hun eigen leven zijn gaan leiden." Lees hier het volledige pleidooi.

Het was Balje die de politie en justitie bij de zaak betrok, door tegen Daga en Stoelinga aangifte te doen.
Balje, en Balje alleen heeft de kwestie opgeblazen.
Alle aangiftes hebben geen enkel strafrechtelijk effect gesorteerd. Om kwart voor elf is Duijsens klaar met zijn pleitnotitie.

Advocaat Kuiper, de tweede raadsman die ook voor Balje optreedt maakt nog wat opmerkingen.
Kuipers: "Meneer Daga is de Nederlandse taal enigzins meester. Misschien verkeerd verstaan." Paardekoper biedt hier later netjes excuus voor aan.

Ook blijkt dat er door Blauwhoed (red. Een projectontwikkelaar waar Balje zou worden aangomen, maar die later afhaakte) aan Balje een afkoopsom is betaald. De hoogte van het bedrag moet echter geheim blijven.
red. Eerder bij natrekken van de KvK (Kamer van Koophandel) was mij al gebleken dat er in augustus 2005 een stamrecht bv werd ingeschreven met als bestuurder en enig aandeelhouder Balje. Ik zal eens uitzoeken of bij een wachtgeldregeling in zijn algemeenheid rekening gehouden wordt/moet worden met een ontvangen afkoopsom.

Paardekoper: "Balje was voor zijn wethoudersschap salesmanager bij CMG. Inmiddels heeft Balje zijn MBA afgerond." Een leuke baan vinden is tot nu toe niet gelukt. Een werkgever schrikt als hij "Balje" en "gondelaffaire" intikt bij zoeken met Google.

Daga: "Ik was uitgenodigd voor bezoek thuis bij Balje. Ik dronk twee wiskys. Balje ging gitaar spelen." Daga confronteerde Balje ook met gedane uitspraken aldaar. "Een toezegging van de subsidie en hij moet geld storten in zijn campagnekas." Volgens Balje was dat niet waar en antwoordde impulsief dat hij aangifte hiervan zal doen. Later ging Daga met de taxi naar huis.

De drie rechters zien thans niet zoveel in de procesgang. Een zwart wit uitspraak zal er niet komen, maar een grijs getinte. Grappig, even valt het licht uit in de zaal, alles ziet er nu grijs uit.

Zij willen comparitie (red. met zijn allen praten aan tafel en er uit zien te komen.) Rechter Allewijn: Reflecteren, hoe staan de zaken er voor. In het gunstigste geval een stap in elkaars richting. De kwestie is ingewikkeld en geescaleerd in rechtsstrijd. Welke fantasieen zijn er nodig en hoe te eindigen.
Balje voert even het woord en gelijkertijd gaat zijn telefoon af. Snel uitzetten lukt niet zo goed.
Allewijn: Het is hier misschien niet de gelegenheid .... Ook vraagt Allewijn zich af of de advocaten de regie nog wel in handen houden en hebben ze overleg.
Paardekoper denkt aan mediation.
Duijsens aan arbitrage met short cut beoordeling door gezaghebbende meningen uit het publieke domein.
Balje: "Ik heb vertrouwen in de rechtsgang al duurt het vijf jaar."
Duijsens: Misschien tot bepaalde tekst komen, het verleden het verleden laten. We kijken naar de toekomst.
Paardekoper: "Partijen zijn procedure moe. Nu beperken van het verlies en streven naar rehabilitatie.
In besloten sfeer juridische beschouwingen over rechtmatigheid.
Rechter Koppen: Besloten kan eigenlijk niet.
Tot slot kwam Stoelinga nog met zijn eigen pleidooi en werden hem vragen gesteld.
zie bijlage 2

Het vonnis is pas te verwachten in de zomer want de Rechtbank is overbelast.
Comparitie in de enkelvoudige kamer onder leiding van rechter Allewijn kan binnen enkele weken.
De partijen verzoeken het vonnis aan te houden.
Rond half drie wordt de zitting gesloten.


Bijlage 1

lz/100.729/cvh
Rechtbank Den Haag
Zitting 19 maart 2007
Rolnr: 2005/4049
PLEITNOTITIES
mr. P.J.L.J. Duijsens
inzake:
1. de vereniging POLITIEKE VERENIGING ‘LEEFBAAR DELFT’,
zetelende te Delft;
2. M.J.M. STOELINGA,
wonende te Delft,
3. S. DAGA,
wonende te Delft
gedaagden,
procureur: mr. P.J.L.J. Duijsens,
contra:
C.L. BALJÉ,
wonende te Delft,
eiser,
procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
------------------------------------------------
Edelachtbaar college,
1. In deze kwestie heeft Baljé pleidooi gevraagd alhoewel (beide) partijen zich uitentreuren hebben kunnen uitlaten over de ingenomen stellingen. Het pleidooi van Baljé is een herhaling van zetten. Ik zal trachten hierna de kwestie, zoals gedaagden deze zien, verder te verhelderen. Uitgangspunt is uiteraard dat hen niets valt te verwijten en er zeer zeker geen sprake is van onrechtmatig handelen. Baljé moet worden aangemerkt als iemand die een kuil voor een ander heeft gegraven maar er vervolgens zelf invalt. Niet gedaagden maar Baljé heeft een grote klap op de publiciteitsmachine gegeven, waarna de media op deze kwestie zijn gedoken en feiten hun eigen leven zijn gaan leiden. Gedaagden hadden daarmede maar weinig uit te staan.
2. Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat voor zover hierna dezerzijds ingenomen standpunten niet worden herhaald gedaagden deze uiteraard niet verlaten maar, om herhalingen te vermijden, wijzen op hun stellingen in de eerdere procesbescheiden.
3. Wat is de achtergrond van deze zaak?
4. Op 28 mei 2004 hebben Daga en Baljé overleg gevoerd over de grondelboten waarbij Baljé op kosten van Daga uitgebreid aan het eten en drinken was. Hierbij heeft een beveiligingscamera van Daga toevallig het toen gevoerde gesprek geregistreerd. De opname heb ik u op voorhand toegezonden. Onder andere valt op deze registratie te zien dat Baljé zeer uitgebreid aan het eten en drinken is terwijl hij verschillende telefoongesprekken voert. Uit de beelden blijkt dat Baljé contact heeft met een (oud) wethouder in Den Haag (Verkerk) die hij spreekt over zijn benoeming als burgemeester van Delft, terwijl dat toen nog vertrouwelijk was en waarin voorts wordt gesproken over aan te schaffen grond terzake van de bouw van het nieuwe ADO-stadion. In één van die telefoongesprekken geeft hij bovendien de eigenaar van die grond, Zegwaard, aan dat de gemeente Den Haag zijn grond graag wil hebben. Ook was toen nog vertrouwelijk dat de gronden bestemd zouden worden voor het ADO-stadion. Baljé adviseert om bij de onderhandeling hoog in te zetten en te proberen middels een particuliere verkoop het maximale eruit te slepen. Meermalen wordt hierbij te kennen gegeven dat de eigenaar van de grond die informatie niet van Baljé heeft gekregen en tot tweemaal toe geeft Baljé serieus aan dat eventuele winsten die de eigenaar maakt in zijn campagnekas moeten worden gestort. Baljé: “Je verdient tonnen aan die grond zodat er ook tonnen voor mij in de campagne moeten komen”, of woorden van gelijke strekking.
5. Er wordt echter ook gesproken, en welhaast op euforische wijze, over het gondelproject waarbij opzichtig de handen worden geschud en wordt geproost. Baljé geeft hierbij onder meer aan: “Met hem krijgen we veel meer voor elkaar. Ik zorg dat je die € 40.000,- subsidie krijgt”, of woorden van gelijke strekking. Het is zeer duidelijk dat er subsidie wordt toegezegd. Op een gegeven moment vraagt Daga expliciet of de subsidie wel in orde gaat komen. Baljé stelt hem dan gerust en geeft aan: “Je hebt gewonnen, het gaat gebeuren dit. Het gaat gebeuren, echt waar. Het gaat gewoon gebeuren”.
6. Vervolgens ontvangt Daga op 16 februari 2005 een brief van de gemeente Delft, waarin wordt aangegeven dat er geen sprake kan zijn van een te nemen besluit tot het verstrekken of weigeren van subsidie en dat in Delft noch in Nederland er dergelijke subsidiemogelijkheden zijn voor startende ondernemers. Daga heeft echter een harde toezegging van Baljé en wendt zich daarom nog dezelfde dag tot de gemeente. Vervolgens krijgt hij op 17 februari 2005 toch een subsidie onder de titel “Waarderingsbijdrage” van in totaal € 26.000,-. Baljé, op dit lage bedrag meermaals aangesproken door Daga, nam tot ontzetting van Daga toen steeds meer een dreigende houding jegens hem aan. Omdat Daga van mening was en bleef dat hem ten onrechte geen hogere subsidie werd toegekend, heeft hij zich bij de plaatselijke politiek over het openbaar bestuur in de persoon van Baljé beklaagd en toonde hiertoe eind april 2005 beeldmateriaal aan raadsleden, waaronder Stoelinga en aan Van Tongeren van het CDA. Baljé doet daarop aangifte, waarvan de media lucht krijgen en vervolgens ontstaat dan wat in Delft is gaan heten de “affaire Baljé”. Deze affaire nam vervolgens steeds grotere proporties aan door toedoen van Baljé zelf.
7. Onderstaand zal ik, waar nodig, het voorgaande verder uitdiepen.
8. Eerst wil ik wijzen op het volgende. Ten deze is door de gemeente onderzoek ingesteld. Cliënten zijn van mening dat dit onderzoek ondeugdelijk is gebleken. Alle omstandigheden wijzen erop dat het interne rapport niet deugdelijk was. Ik wijs op de eerdere posita, onder andere zoals verwoord sub 11 en volgende van de conclusie van antwoord. Een aantal punten van kritiek op het interne rapport is: · onderzoek van het college was klaar in vijf dagen terwijl geen noodzaak tot haast bestond; · Baljé had zelf om een diepgaand onderzoek van zijn gehele ambtsperiode en portefeuille gevraagd; · de behandeld ambtenaar was niet gehoord omdat deze op vakantie was; · er zijn geen gespreksverslagen van interviewen gemaakt tussen ambtenaren en de gemeentesecretaris; · Leefbaar Delft kreeg steun in haar opvatting van vier oppositiepartijen; · een motie is om partijpolitieke redenen door de coalitiepartij niet gesteund terwijl wel is aangegeven dat dit een goed leermoment was voor het college; · het college heeft niet in een debat over de inhoud van het rechercherapport willen spreken; · Burgemeester Verkerk heeft in de raadsvergadering van 3 november 2005 erkend dat het onderzoek beter door een externe partij had kunnen worden verricht.
9. Ten onrechte doet Baljé op zijn beurt de kwestie af als een misverstand binnen de gemeente en is van mening dat het interne rapport hem juist vrijpleit, derhalve ten onrechte.
10. Ik voeg hieraan het volgende toe.
11. Tijdens het interne onderzoek van de gemeente bleek dat ambtenaren begin 2005 al op de hoogte waren van het feit dat Daga meende een subsidietoezegging te hebben gehad van Baljé. Ik citeer uit het interne onderzoek: “Aan de heer Daga is toen gemeld dat er weliswaar geen subsidie verstrekt kon worden over het jaar 2004 maar dat wel een waarderingsbijdrage voor de jaren 2005 e.v. mogelijk is. Tijdens het gesprek is toen, onder voorbehoud van instemming door wethouder Baljé, afgesproken dat het zal gaan om een bedrag van € 13.000,- voor 2005, € 6.500,- voor 2006 en € 6.500,- voor 2007. De waarderingsbijdrage als zodanig werd door functionarissen van CKE op inhoudelijk gronden ondersteund. Het eerder genoemd gesprek verliep deels in een emotionele sfeer, omdat de heer Daga meende recht te hebben op € 40.000,-.” (onderstreping door mij, raadsman).
12. En waar Baljé zich, naar mening van mijn cliënten, ten onrechte beroept op de uitslag van dat interne onderzoek moet tevens in aanmerking worden genomen dat naar aanleiding van het verschijnen van het Rijksrechercherapport over de wederzijdse aangiften een debat in de Gemeenteraad is gehouden. Ik herhaal dat in dit debat over de inhoud van het Rijksrechercherapport niet is gesproken. Tegen het einde van dit debat is door de oppositie de navolgende motie ingediend: Uit de handelingen: “De VOORZITTER: Door de fracties van het CDA, Stadsbelangen, de SP en Leefbaar Delft wordt het de volgende motie (M-1) ingediend: De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 3 november 2005, spreekt als zijn mening uit, dat: 1. het niet zorgvuldig is dat het intern onderzoek van 13 mei 2005 naar de gang van zaken rond het subsidieverzoek van de restauranthouder en de beschuldigingen over vermeende corruptie van de heer Baljé is uitgevoerd zonder dat besprekingsverslagen zijn gemaakt; 2. het rapport van 13 mei van de gemeente voor zover dat betrekking heeft op de subsidieverlening aan de restauranthouder te haastig en onzorgvuldig is uitgevoerd, waarmee in dit verband bedoeld wordt dat de uitvoerend ambtenaar in ieder geval gehoord had moeten worden; 3. ter invulling van de actieve informatieplicht zoals in 2002 opgenomen in de Gemeentewet het college de raad had moeten informeren over de kennis van de uitvoerend ambtenaar dat een collegebesluit nodig was voor de subsidieverstrekking aan de restauranthouder. Deze kennis is in ieder geval tussen 13 mei en 16 juni 2005 door gesijpeld naar hogere ambtelijke echelons; 4. voormelde handelswijzen afkeuring verdienen, waarbij dit verwijt de heer Vuijk niet treft, waar hij op 13 mei geen wethouder was, en gaat over tot de orde van de dag.”
13. Deze motie werd niet aangenomen omdat de burgemeester namens het college spijt betuigde; wel genoot deze motie brede steun van de oppositie.
14. Ook het voorgaande maakt duidelijk dat Baljé aan de hand van het interne rapport van de gemeente Delft zich ten onrechte tracht vrij te pleiten.
15. Ik ga nu in op het door Baljé aan gedaagden verweten onrechtmatige handelen. Vermeend onrechtmatig handelen van Daga
16. Zoals ik hiervoor reeds heb opgemerkt betreft de kern van deze kwestie dat Baljé toezeggingen doet en dat Daga, toen bleek dat Baljé zijn toezeggingen niet nakwam, zich heeft gewend tot de plaatselijke politiek, waarbij hij zich, terecht, heeft beklaagd over het openbaar bestuur in de persoon van Baljé. In het kader daarvan is door hem eind april 2005 beeldmateriaal aan een aantal raadsleden getoond, waaronder Stoelinga en Van Tongeren van het CDA.
17. Niet valt in te zien hoe dergelijk handelen onrechtmatig zou kunnen zijn. De informatie waarover Daga beschikte, rechtvaardigde immers in ieder geval de gedachte dat er iets bepaald niet in de haak was. Waarom ontvangt Daga “slechts” € 26.000,-, als hem door Baljé minstens € 40.000,- is beloofd?
18. In dit verband is van belang dat Daga niet alleen in het gesprek met Baljé, dat blijkt uit de band, een concrete subsidietoezegging kreeg, maar dat dit veel vaker het geval is geweest. Verschillende keren heeft Baljé Daga te kennen gegeven dat de gemeente Delft positief was en dat de gemeente bereid was een financiële ondersteuning te geven ter hoogte van in elk geval € 40.000,-. Dit verklaart ook waarom Daga “emotioneel” (zie hiervoor sub 11) was tijdens zijn bezoek aan de gemeente na ontvangst van de brief van 17 februari 2005, waarmede hem te kennen was gegeven dat subsidie er niet inzat.
19. Overigens blijkt bij nauwkeurige bestudering van de band dat Baljé in de door hem opgemaakte transcriptie manipuleert met de momenten waarop zijn verschillende uitlatingen zijn opgenomen om op deze wijze de indruk van een grap te wekken. De door Baljé aangeleverde transcriptie, waar hij Zegwaard voor de tweede keer belt (vanaf tijdstip 21.28 van de band), vermeldt het volgende: “Baljé: “Met Christiaan. Jij hebt geen afspraak met Bas Verkerk. Je hebt waarschijnlijk … Forepark is waarschijnlijk Hilhorst of iemand anders, een andere wethouder in Den Haag. Ik heb met Bas Verkerk even gebeld van eh … God, wat is daar aan de hand eigenlijk? (….) verhaal. Wat jij moet doen is waarschijnlijk gewoon de maximale prijs vragen. Ze willen het heel graag hebben. Ze willen het heel graag hebben. Je moet gewoon voluit gaan. Dat weet jij niet, heb ik jou niet verteld. En die paar ton die je daar op verdient stop je in mijn campagne, afgesproken?” Baljé gaat achterover zitten en lacht. Daga pakt de borden om ze weg te brengen, Baljé steekt duim naar hem op.” Indien echter de tijdstippen van de verschillende uitlatingen worden vermeld, ontstaat een geheel ander beeld van deze zogenaamde “grap” over het storten in de campagnekas: (bandtijdstip 21.30) “Baljé: “Met Christiaan. Jij hebt geen afspraak met Bas Verkerk. Je hebt waarschijnlijk … Forepark is waarschijnlijk Hilhorst of iemand anders, een andere wethouder in Den Haag. Ik heb met Bas Verkerk even gebeld van eh …. God, wat is daar aan de hand eigenlijk? (….) verhaal.” (bandtijdstip 21.46): “Wat jij moet doen is waarschijnlijk gewoon de maximale prijs vragen. Ze willen het heel graag hebben. Ze willen het heel graag hebben. Je moet gewoon voluit gaan. Dat weet jij niet, heb ik jou niet verteld.” (bandtijdstip 22.08): “En die paar ton die je daar op verdient stop je in mijn campagne, afgesproken?” (bandtijdstip 22.10-22.16): Baljé luistert naar antwoord Zegwaard. (bandtijdstip 22.17): Baljé: “Gaan we voor ….”. (bandtijdstip 22.19-22.24): Baljé luister naar Zegwaard, intussen ruimt Daga de tafel op en bij het weggaan, om de vaat weg te brengen, steekt Baljé de duim naar hem op (als ware het dat hijzelf een goede deal heeft gesloten). Het zal duidelijk zijn dat de opmerking van het “storten van tonnen in de campagne” volstrekt niet als grap bedoeld was. Dit blijkt ook daaruit dat Baljé deze uitlating even later herhaald (productie 27 bij repliek, blz. 8 boven). Voor alle duidelijkheid zij nog opgemerkt dat Baljé met “campagne” het niet heeft over de verkiezingscampagne van de VVD, zoals door hem als afleidingsmanoeuvre nog is gesuggereerd, maar om zijn eigen persoonlijke campagne in de voorbereiding op de burgemeestersverkiezingen die, toen nog, aanstaande waren en gepland voor 2010. Overigens betreft het voorgaande enkel “woorden”. De lichaamstaal van Baljé in deze spreekt echter eveneens boekdelen. Zijn hevige armbewegingen, het schudden van de handen en de wijze waarop hij zijn kwalijke uitlatingen doet, illustreert dat zijn mededelingen absoluut niet als grap mogen worden opgevat en voorts dat Daga wel degelijk een subsidietoezegging is gedaan.
20. Ook uit de geluidsopname uit 2005 volgt dat Baljé Daga wel degelijk een toezegging heeft gedaan, althans dat Daga erop mocht vertrouwen dat hij in elk geval een zeer aanmerkelijke subsidie zou krijgen. Uit de transcriptie van het op 27 april 2005 gevoerde telefoongesprek, overgelegd als productie 9 bij dagvaarding, blijkt het volgende. Baljé geeft aan: “Ik heb gezegd je krijgt nu € 50.000,-, verspreidt over twee jaar, krijg jij, dat staat ….” en vervolgt even later met de woorden: “Ik heb gezegd € 50.000,-, …. verspreidt over twee jaar.” En onder 7 van deze transcriptie: “Ik heb me suf gewerkt om geld voor je bij mekaar te krijgen, suf gewerkt” en “Je hebt niks geregeld, je hebt niks geregeld, wat heb jij gedaan dan?”
21. Bovendien heeft de partner van Daga, mevrouw Streef, inmiddels onomwonden verklaard dat Baljé wel degelijk Daga subsidie heeft toegezegd. Zo heeft mevrouw Streef op 5 september 2006 schriftelijk verklaard: “Bij deze verklaar ik dat hr. Baljé mij eens uit de keuken heeft geroepen om mij de hand te schudden, aangezien hij net Salvatore Daga had verteld dat hij hem subsidie zou geven voor zo’n € 40.000,- ŕ € 50.000,- voor het gondelproject. Dit vond plaats in het voorjaar van 2004.” Een gelijkluidende verklaring heeft mevrouw Streef afgelegd bij de Rijksrecherche. In het betreffende proces-verbaal valt eveneens te lezen dat zij Baljé Daga heeft horen toezeggen een bedrag van € 50.000,-, verspreid over twee jaren.
22. Toen uiteindelijk Daga geen subsidie kreeg, althans de aan hem toegezegde subsidie niet kreeg, ging hij naar de gemeente en is de bal gaan rollen. Dit is uiteraard niet onrechtmatig.
23. Op geen enkele wijze heeft Daga onrechtmatig gehandeld. Om de aansprakelijkheid van Daga te construeren, valt op dat Baljé spijkers op laag water zoekt. Er is onbewust opgenomen. De opname vond toevallig plaats. De band stopte omdat de band vol was en “omschakeling” plaatsvond. Dit viel toevallig samen met het moment waarop Baljé verdween. Opzet van Daga ontbreekt uitdrukkelijk. Van kwade opzet is al helemaal geen sprake. Daga blijft betwisten van tevoren zijn kwade opzet te hebben “gedeeld” met Marcel de Rijke, schoonzoon van Zegwaard. Nota bene is Daga toen de affaire “Baljé” was ontstaan verschillende keren bedreigd en zijn harde woorden door Zegwaard uitgesproken. Daga gelooft niet in dit soort toevalligheden, laat staan dat hij “kwade opzet” zou delen met uitgerekend de schoonzoon van Zegwaard.
24. Overigens bevindt de camera zich nog steeds op dezelfde plek. Dat indertijd Baljé goed waarneembaar was betreft ook niet meer dan een toevalligheid. Ook betwist Daga te hebben gezegd dat als hij de subsidie niet ontvangt de film publiekelijk wordt gemaakt. Daga houdt tevens vol zijn stellingen aangaande de eerdere vernietiging van het filmmateriaal en dat hij vervolgens kopieën heeft gevonden.
25. Dit alles is verder omstandig uiteengezet in zowel de conclusie van antwoord als de conclusie van dupliek. Ik verwijs daarnaar. Wat maar andersom blijft opvallen is dat Baljé met betrekking tot Daga weliswaar veel stelt maar dat hij bar weinig concreet maakt. In feite is hetgeen Baljé stelt niet meer dan ronduit vaag. Dit geldt overigens evenzeer voor zijn stellingen met betrekking tot Leefbaar Delft en Stoelinga. Baljé doet dit uiteraard bewust. Hij tracht de werkelijke gang van zaken, waarbij bij toeval kwalijk gedrag van hem werd geregistreerd, te doen vergeten. Dat zijn gedragingen in de publiciteit uiteindelijk breed uitgemeten zijn, heeft Baljé louter en uitsluitend aan zichzelf te wijten. Het was per slot van rekening Baljé die aangiftes deed en het was Baljé die een kort geding entameerde om informatie van Daga, waarover hij op dat moment niet beschikte, althans waarover hij wel beschikte maar zich daarvan niet bewust was, te verkrijgen.
26. Bezwaarlijk kan ook daarom Daga onrechtmatig handelen jegens Baljé worden verweten. Het heeft er alle schijn van dat Baljé, nadat hij zichzelf de publicitaire strop had omgeknoopt, zich daarvan heeft getracht te bevrijden door wild om zich heen te schieten. Baljé dient de hand echter in eigen boezem te stekken en uiteraard geldt dit niet alleen ten opzichte van Daga maar evenzeer ten opzichte van Leefbaar Delft en Stoelinga. Stoelinga en Leefbaar Delft
27. Ook Leefbaar Delft en/of Stoelinga treft namelijk geen enkel verwijt. Leefbaar Delft en Stoelinga blijven volledig bij hetgeen zij terzake van hun vermeende aansprakelijkheid in de conclusie van antwoord en dupliek hebben opgemerkt.
28. Kern hiervan is dat Leefbaar Delft sowieso niets met de kwestie van doen heeft en dat Stoelinga als politicus politiek bedrijft, waarbij hij zonder meer is gerechtigd misstanden zoveel mogelijk aan de orde te stellen. Op het moment dat een burger zich beklaagt over het openbaar bestuur en een raadslid constateert dat een wethouder(!) niet juist handelt dan staat het hem vrij dat aan de orde te stellen. Sterker, zelfs zou kunnen worden gesteld dat hij daartoe verplicht is! Let wel, Stoelinga heeft eerst contact gezocht met de betrokkenen maar daarmede werd niets gedaan. Vervolgens heeft Stoelinga zijn bevindingen in zijn webcolumn verwerkt, hetgeen evenmin onrechtmatig is. Het was vervolgens Baljé die politie en justitie, en hierdoor verschillende media, bij de zaak betrok door tegen Daga en Stoelinga aangifte te doen, waarop de kwestie door de Rijksrecherche is onderzocht.
29. Meer bijzonder het volgende. Stoelinga heeft achtereenvolgens benaderd: burgemeester Verkerk in zijn hoedanigheid van voorzitter van het College van B&W, de heer Van Tongeren van het CDA, de heer Weyers, zijnde de voormalig voorzitter van de VVD, en deze heeft op zijn beurt de fractievoorzitter Vuijk geďnformeerd, die, na Stoelinga aanneemt, vervolgens Baljé heeft verwittigd. Stoelinga heeft derhalve juist gehandeld. De formele gedragsregel luidt immers dat bij een klacht over één van de wethouders de burgemeester als eerste moet worden ingelicht.
30. Stoelinga heeft vervolgens zijn bevindingen in zijn webcolumn verwerkt. Op geen enkele wijze valt in te zien dat door te handelen als hij heeft gedaan Stoelinga zich onrechtmatig jegens Baljé heeft gedragen. Al helemaal valt niet te volgen de stelling van Baljé dat Leefbaar Delft zich (als partij) onrechtmatig jegens hem heeft opgesteld. In dit verband mag het opmerkelijk heten dat Baljé op geen enkel moment bezwaar heeft gemaakt bij de fractie van Leefbaar Delft noch bij de Vereniging Leefbaar Delft over de webcolumn van Stoelinga op de website van de fractie van Leefbaar Delft resp. heeft hij verzocht deze webcolumn te verwijderen.
31. De zaak is eerst toen (!) geëscaleerd nadat Baljé politie en justitie bij de zaak betrok, door tegen Daga en Stoelinga aangifte te doen. Aangenomen moet zonder meer worden dat indien geen aangifte door Baljé was gedaan, er in deze niets tot weinig was gebeurd. Baljé, en Baljé alleen, heeft de kwestie opgeblazen, niet Stoelinga, Leefbaar Delft en/of Daga. Dit wordt overigens bevestigd door het feit dat alle aangiftes geen enkel strafrechtelijk effect hebben gesorteerd.
32. Daarenboven is het zo, en Stoelinga alsmede Leefbaar Delft blijven daarbij, dat het “bewijs” van hetgeen vervolgens ruime media-aandacht heeft gekregen ruimschoots voorhanden is. Minst genomen heeft Baljé toch de schijn op zich geladen dat hij vertrouwelijke informatie lekte en corrupt was. Hiervoor heb ik de video-opname een aantal keer aangehaald, waaruit dat duidelijk blijkt. Voor zover het betreft vertrouwelijke informatie, blijkt uit deze opname toch zeer duidelijk dat Baljé vertrouwelijke informatie, die hij als wethouder (of anderszins als toenmalig prominent VVD-lid) had verkregen heeft over de inhoud en de procedure rond de burgemeestersbenoeming, doet toekomen aan de op dat moment nog een van de kandidaten voor het Burgemeesterschap zijnde wethouder van Den Haag, de heer Verkerk. En niet eens zozeer het feit dat Baljé op de hoogte had kunnen zijn van de mededeling in de Delftsche Courant over de burgemeestersbenoeming (quod non!, aangezien de publicatie van deze krant later dan 14.30 uur plaatsvond) maar nog veel meer het praten door Baljé over de volgorde op de lijst (de derde was ook een VVD-er), de procedure, de meningen binnen de raad in Delft en de meningsvorming van de heer Fransen, commissaris van de Koningin, tegenover een kandidaat-burgemeester, dit alles in zijn hoedanigheid van wethouder, heeft Stoelinga, die hierbij een beroep deed op de gedragscode voor het College van B&W, hem zeer kwalijk genomen. 33. Uiteraard staat dit nog geheel los van de door Baljé aan Daga gedane subsidietoezegging.
34. Ook de omstandigheid dat de publicatiestroom pas begon nadat Baljé zich publiekelijk over de kwestie uitliet, maakt volstrekt helder dat (ook) Stoelinga, laat staan Leefbaar Delft, niets valt te verwijten. Stoelinga en/of Leefbaar Delft hebben geen opdracht gegeven stukken te schrijven die de bladen hebben geschreven. Evenmin hebben zij de pers uitgenodigd. De media sprongen bovenop de kwestie, nadat Baljé de publiciteit zocht. Zo deed Baljé ten onrechte aangifte. Voor wat betreft de inhoud van de publicaties dragen de media uiteraard een eigen verantwoordelijkheid.
35. Let wel: Baljé heeft ook niet één keer actie ondernomen tegen door de journalisten gepubliceerde stukken. Ik wijs bijvoorbeeld op productie 32 van Baljé bij repliek. Klaarblijkelijk was de raadsman van Baljé het niet eens met een artikel. Dit bewijst dat Baljé zelf heeft getracht in de publiciteit te treden maar dat het echt de dagbladen zijn die eigenverantwoordelijkheid dragen en zelf artikelen schrijven. Productie 32 is geen voorbeeld dat Baljé ageert tegen stukken door bijvoorbeeld het vragen van een rectificatie. Opvallend is dat dit uiteraard Baljé vrij stond om te doen maar wat hij nimmer heeft gedaan. Daarentegen wordt wel opgetreden tegen Stoelinga (en Leefbaar Delft), wat natuurlijk duidelijk maakt dat de kwestie is verworden tot een persoonlijke strijd, die met het verweten onrechtmatige handelen niets van doen heeft.
36. In feite is de wijze waarop Baljé in deze kwestie optreedt zelfs opmerkelijk. Het is Baljé die onjuist handelt en vervolgens zelf de publiciteit zoekt, welke dat onjuiste handelen dan breed uitmeet. Ook is Baljé nogal tegenstrijdig in zijn opvattingen. Zo fundeert Baljé sub 48 bij repliek de veronderstelde aansprakelijkheid van Stoelinga op het feit dat Stoelinga niet als politicus maar als privé-persoon heeft gehandeld. Aangegeven wordt dat Stoelinga bewust geen enkel middel verband houdende met zijn volksvertegenwoordigingschap heeft ingezet. Maar daarna betoogt Baljé dat Stoelinga zich niet heeft gehouden aan de gedragscode voor gemeenteraadsleden, waardoor zijn onrechtmatige gedrag een gegeven zou zijn. Het is echter nu juist Baljé die de gedragsregels heeft overtreden, door vertrouwelijke informatie over grondtransacties aan een ondernemer (Zegwaard) te verstrekken en vertrouwelijke informatie over de burgemeestersbenoeming aan (nota bene) één van de kandidaten (toenmalig wethouder Den Haag en later burgemeester van Delft: Verkerk) en het is juist Stoelinga die zich aan de gedragsregels heeft gehouden door eerst de burgemeester te informeren.
37. Voor zoveel van belang herhalen Stoelinga en Leefbaar Delft dat geen publicaties op de website van de fractie noch op die van de Vereniging van Leefbaar Delft onrechtmatig was. Teneinde herhalingen te vermijden, wijs ik op het gestelde sub 31 en volgende van de conclusie van antwoord.
38. Stoelinga en Leefbaar Delft valt derhalve helemaal niets te verwijten. Wat betreft Leefbaar Delft herhaal ik overigens dat de vermeende aansprakelijkheid mij volstrekt ontgaat omdat als het verwijt van Baljé luidt dat Leefbaar Delft zich had moeten distantiëren van deze kwestie, daarvoor dan een aanleiding had moeten bestaan, bijvoorbeeld een verzoek, of een sommatie, van Baljé aan de Vereniging Leefbaar Delft om de fractie te verzoeken resp. te sommeren de gevraagde webcolumn van Stoelinga van de website van de fractie te doen verwijderen. Van dit alles is geen sprake geweest. Baljé schiet maar wat om zich heen, zonder stellingen genoegzaam te onderbouwen.
39. Voor wat betreft de aangewreven aansprakelijkheid moge ik voor het overige wel wijze op de eerdere posita van gedaagden in de eerdere processtukken.
40. Ik ga ten slotte in op de causaliteit en de (vermeende) schade van Baljé.
41. Het is wat mij betreft volstrekt helder dat er bij voorbaat geen enkel verband bestaat tussen de aan mijn cliënten verweten gedragingen en de pretense schade van Baljé. In feite is deze causaliteit hiervoor al aan de orde geweest. Baljé zoekt zelf de publiciteit en wordt vervolgens door de media besprongen. Daga heeft nimmer publiciteit gezocht. Stoelinga evenmin. Sub 61 bij repliek erkent Baljé overigens dat de media Stoelinga hebben benaderd. Leefbaar Delft heeft de media ook niet opgezocht. Na zijn aangiftes zijn media gretig op Baljé gesprongen. Hoe kan het ook anders gezien de aard en strekking van de onjuiste uitlatingen van Baljé. Maar dit heeft hij dan vanzelfsprekend volledig aan zichzelf te wijten. Mocht hieruit enige schade zijn voortgevloeid, hetgeen wordt betwist, dan heeft hij deze schade volledig aan zichzelf te wijten. Baljé mag zich als publiek en prominent figuur niet verbazen over de door hem, in alle opzichten, zelf veroorzaakte media-aandacht. De media smullen uiteraard van een kwestie als de onderhavige. Daga, Stoelinga alsmede Leefbaar Delft kan daarvan geen verwijt worden gemaakt; zij hebben de publiciteit niet gezocht. Hierin zit ook de kern van deze kwestie. In de publicitaire hype, die volgde op de aangifte door Baljé zelf, smikkelden en smulden de media van de schijn van corruptie en het lekken van vertrouwelijke informatie door een publiek en prominent figuur. Hierdoor gingen de opnames een eigen leven leiden, waarmee Daga, Stoelinga en Leefbaar Delft natuurlijk niets van doen hebben gehad. Baljé wil maar niet inzien dat Daga, Stoelinga en Leefbaar Delft niets valt te verwijten en dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen en voor de consequenties van dat handelen.
42. Daarbij het volgende.
43. Baljé heeft voortijdig, dat wil zeggen, op eigen initiatief, ontslag als wethouder genomen, waarvoor op zich geen aanleiding was. Immers, het interne onderzoek van de gemeente was blijkens zijn eigen standpunt positief, terwijl er voorts geen besluit van de raad was over zijn gedrag. Dit betekent dat Baljé zelf het initiatief heeft genomen voortijdig het toneel te verlaten.
44. Aan de andere kant speelt dat Baljé nog in het geheel niet rond was met Blaauwhoed. Betwist wordt dat in arbeidsrechtelijke zin al sprake was van een arbeidsovereenkomst. Waar op 3 mei 2005 nog geen sprake was van een definitieve benoeming, doet Baljé op deze datum als eerste aangifte jegens Daga en Stoelinga. Vervolgens wordt op 5 mei 2005 door Blaauwhoed geschreven dat gezien de omstandigheden het verstandiger is de benoeming aan te houden.
45. Hierdoor staat vast dat gedaagden op geen enkele wijze verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor eventuele schade van Baljé, die hij immers zelf heeft veroorzaakt. Niet alleen heeft Baljé op eigen initiatief het veld geruimd bij de gemeente, waarmede de onderhavige kwestie niets van doen had, terwijl voorts vaststaat dat de benoeming nog niet rond was. Dat Baljé het niet is geworden bij Blaauwhoed is door hem zelf veroorzaakt. Dit wordt overigens ultiem geďllustreerd door de brief van 18 mei 2005, waarin Blaauwhoed zich terugtrekt uit de onderhandelingen onder verwijzing naar de door Baljé zelf gedane aangiften.
46. Overigens had Baljé voordat hij wethouder werd ook geen functie. Bij zijn vorige werkgever, CMC, was hij naar gedaagden inmiddels hebben vernomen, ontslagen. Baljé was derhalve werkloos toen hij wethouder werd.
47. Overigens wordt enige schade op geen enkele wijze door Baljé aangetoond. Dit is uiteraard wel een vereiste. Welke schade heeft hij dan geleden, hoe dient deze te worden toegerekend aan gedaagden etc? Daga, Stoelinga en Leefbaar Delft wijzen erop dat indien zij zich deugdelijk wensen te verweren aangaande de pretense schade, zij wel dienen te weten waarom in de visie van Baljé welke schade voor hun rekening komt. Aangezien Baljé niets onderbouwd, dient reeds daarom zijn vordering te worden afgewezen. Bewijs
48. Het bewijsaanbod, zoals eerder door gedaagden gedaan, wordt hierbij herhaald. Conclusie
49. De conclusie is dan ook dat Daga, Stoelinga en Leefbaar Delft niets valt te verwijten. Zij hebben zich jegens Baljé niet onrechtmatig gedragen. In elk geval bestaat geen verband tussen vermeend geleden schade alsmede hun gedragingen. Indien Baljé schade heeft geleden, hetgeen wordt betwist, dan heeft hij die schade volledig aan zichzelf te wijzen. Uiteraard wordt betwist dat Baljé schade heeft geleden. Enige onderbouwing vindt niet plaats, zodat de vordering tot een schadestaatprocedure moet worden afgewezen.
50. Ik dank u voor uw aandacht.
Advocaat





Bijlage 2

Martin Stoelinga voor Rechtbank Den Haag

Mijnheer de Rechter (Edelachtbare Heer)

Voordat ik op uw (eventuele) vragen in ga, wil ik graag toelichten waarom ik het optreden van de heer Balje als wethouder aan de kaak heb willen stellen. Ik ben door Leefbaar Delft gevraagd om als boegbeeld van deze lokale partij te proberen de kloof tussen kiezer en gekozene te verkleinen. Wat dat echt betekent, drong eerst goed tot mij door bij het afleggen van de eed. Je kunt je functie als lid van de raad eerst uitoefenen, als je de volgende eed aflegt voor de voorzitter van de raad. Ik heb aldus gezworen (ik citeer artikel 14 lid 1 van de gemeentewet): ___

'Ik zweer dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!'

Deze eed is voor mij het motief geweest om ook te reageren op het politieke optreden van toenmalig wethouder Balje in de gondelbootaffaire. Daarbij ging het mij alleen om wat de heer Balje zei op de beveiligingsvideo over de grondtransactie met Den Haag (en het spekken van zijn campagnekas voor het mogelijk in 2006 in Delft te houden burgemeestersreferendum) en de burgemeestersbenoeming (hij lekte uit de vertrouwenscommissie door te zeggen:"de nummer 3 is ook een WD'er"). De transcriptie van deze videoband bevestigt naar mijn mening duidelijk dat wethouder Balje met zijn gedrag fors over de politieke schreef ging.

Ik zeg u eerlijk: toen ik de videoband op 28 april 2005 op uitnodiging van de heer Daga zag, aarzelde ik om meteen te reageren en ben daarom te rade gegaan bij burgemeester Verkerk en de heer Van Doeveren (voorzitter van het presidium). Op dezelfde dag zijn de heren Jan-Peter de Wit (raadslid Leefbaar Delft) en Van Tongeren (vice-fractievoorzitter van het CDA) met mij op verzoek van de heer Daga 's avonds nogmaals de videoband gaan bekijken. Wij waren er toen gedrieen van overtuigd dat wethouder Balje te ver ging. De volgende dag heb ik de heer Wijers (bestuursvoorzitter van de WD) hierover aangesproken en de heer Vuijk (fractievoorzitter van de WD), die zich daarop nog verstaan heeft met de heer Balje.

Geen van hen wilde echter een woord vuil maken aan het optreden van de heer Balje\ Inmiddels waren 5 dagen na het zien van de video verstreken, toen onze fractie op 2 mei 2005 besloot op de website van de fractie (www.leefbaardelft.nl) zeer beknopt verslag te doen van dit naar onze mening vermeende corrupte gedrag van wethouder Balje. Als onafhankelijke lokale partij zijn wij immers tegen een doofpotten-cultuur.

De dag nadat hij kennis hadden genomen van onze website, op 3 mei 2005, meende wethouder Balje al aangifte tegen mij persoonlijk te moeten doen. Daarop zag ik mij genoodzaakt te reageren door op 10 mei de heer Balje aan te klagen. Hij wilde deze kwestie blijkbaar buiteri de poiitiek arena beslechten, dus ik moest wel mee.

Uit de vele stukken die sinds die dagen door de advocaten zijn geproduceerd, maak ik op dat Blauwhoed de heer Balje per brief op 18 mei 2005 meedeelt van zijn benoeming tot commercieel directeur af te zien vanwege alle publiciteit rond zijn persoon. Wat er dus sinds die datum nog in de publiciteit over deze affaire is gekomen, doet er naar mijn mening niet meer toe.

In de grond van de zaak ging wethouder Balje al op 28 mei 2004 in de fout, de dag van de bij toeval door een beveiligingscamera gemaakte video-opname van zijn ontmoeting met de heer Daga. Toen overschreed de heer Balje als wethouder naar onze mening al de grenzen van het betamelijke.

Het is vandaag 19 maart 2007, bijna 2 jaar later, dat ik hier voor de rechtbank sta. Ik schijn onrechtmatig te hebben gehandeld door melding te hebben gemaakt van het bestaan van de beveiligingsvideo en vervolgens als politicus te hebben gereageerd op een door de heer Balje zelf op 3 mei 2005 ingediende aangifte tegen mijn persoon. Daarmede bracht hijzelf een niet te stoppen publiciteitsgolf op gang, die elke politicus zou hebben ingecalculeerd. Iedere journalist, zeker van de regionale pers, komt op zo'n potentiele politieke rel af.

Dat zijn optreden niet in het verwachtingspatroon paste van zijn nieuwe werkgever Blauwhoed, ontging de heer Balje blijkbaar. Op 18 mei 2005, 2 weken na zijn aangifte, werd hem dit, zoals hiervoor gezegd, door Blauwhoed per brief duidelijk gemaakt.

Het verlies van het beloofde riante inkomen probeert de heer Balje nu als persoonlijk schade op mij te verhalen. Maar wat heeft dit nu te maken met mijn opstelling om als politicus zijn optreden als wethouder van het college van B&W van Delft aan de kaak te willen stellen? Zijn onderhandelingen over een nieuwe werkkring bij Blauwhoed speelden hierin geen enkele rol, sterker, ik wist er niets van!

Ik zeg oprecht, dat ik persoonlijk niets heb tegen de persoon Balje. Maar de ontstane publiciteitsgolf heeft hij geheel aan zichzelf te wijten. Alleen hij had kunnen en zelfs moeten weten dat zijn nieuwe werkgever hiermede niet gediend was. De heer Balje vergat blijkbaar dat zijn politieke verantwoordelijkheid voor de gondelbootaffaire door de gemeenteraad behoort te worden beoordeeld. Of meende hij, nadat hij zelf als wethouder zijn ontslag had aangekondigd, dat eventuele financiele schade als gevolg van politiek handelen tegen zijn persoon wel even door tussenkomst van de rechter zou kunnen worden gecompenseerd?

Maar daarvoor is van overheidswege toch de wachtgeldregeling in het leven geroepen? Die is in vele opzichten riant. Zelfs als een wethouder uit eigen beweging ontslag heeft genomen, kan hij alsnog op deze wachtgeldregeling terugvalten.

Wij kunnen als raadsleden in dit soort kwesties geen beroep doen op enige financiele rugdekking van overheidswege. Wij kunnen op niets anders terugvallen dan te hebben gehandeld overeenkomstig de eed van een raadslid, die eindigt met de woorden. . .'dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!'

Ik dank u.

Martin Stoelinga,
18 maart 2007




Archief - Overzicht van de voorgaande publicaties per maand gerangschikt


POLITIEKDELFT.NL ..... een vertrouwensprodukt
POLITIEKDELFT.NL ..... wij schrijven wat we horen ...
POLITIEKDELFT.NL ..... wij maken zichtbaar wat we zien ...
POLITIEKDELFT.NL ..... voor betrouwbaar en eerlijk politiek nieuws


    PolitiekDelft.nl streeft naar onafhankelijk en objectief nieuwsverslag van het gebeuren in de Delftse politiek
                PolitiekDelft.nl is een orgaan van de Stichting Prodeo Advies Delft KvK Delft nr. 27173695

Reacties naar: redactie@politiekdelft.nl of prodeo@wanadoo.nl