PolitiekDelft.nl


| HOME | MISSIE | ARCHIEF | DOSSIERS | LINKS | CONTACT | ENGLISH | GR2010 |
delft     delft     delft     delft     delft     delft     delft     delft     delft     delft     delft
Loading

| dinsdag | 19 juni 2012 | 14:09 |

'GONDELAFFAIRE INTEGRITEIT BAS VERKERK'

Verslag gesprek Commissaris van de Koningin en fractievoorzitters 5 juni 2012
Kort verslag gesprek commissaris van de Koningin ZH en de fractievoorzitters d.d. 5 juni 2012
Aanwezig: de heer Franssen (Commissaris van de Koningin (CdK)), de heer Covers en mw. De Groot (kabinet CdK), de heer Cachet (voorzitter externe begeleidingscommissie, mw. Verheij en dhr. Maas (Berenschot) mw. Norbruis (Groenlinks), Harpe (VVD), Buskermolen (STIP), mw. Van Rossum (SP), mw Bel (D66), Van Woudenberg (CDA), mw. Gooijer (ChristenUnie), Stoelinga (Onafhankelijk Delft (OD)), Meuleman (Stadsbelangen), Damen (PvdA), De Wit (Leefbaar Delft (LD)), Van Luyk (griffier).

Na opening van de bijeenkomst licht de CdK toe dat de bijeenkomst, gelet op het procedurele karakter, in beslotenheid plaatsvindt maar dat de uitkomsten niet geheim zijn. Zoals eerder afgesproken zal over de uitkomsten van dit gesprek naar buiten worden gecommuniceerd.

De CdK licht verder het doel van de bijeenkomst toe. Zijn doel is om een duidelijke uitspraak van alle fracties te krijgen over de drie punten uit zijn brief: de onderzoeksopzet, de volledigheid van de beschikbare informatie en de beoordeling van de uitkomsten van het Berenschot-onderzoek. Alle aanwezigen kunnen zich daarin vinden.
Er is vanuit de fracties, noch vanuit de voorzitter van de begeleidingscommissie en de onderzoekers van Berenschot, behoefte aan een nadere toelichting op de onderzoeksopzet.

De heer Stoelinga (OD) geeft een korte toelichting waarom hij instemt met de voorliggende onderzoeksopzet en verwijst verder naar zijn schriftelijke inbreng die hij ter vergadering heeft uitgedeeld. Die inbreng is als bijlage bijgevoegd.

De heer De Wit verzoekt een persbericht inzake het vertrek van wethouder Baljé aan de stukken toe te voegen omdat het gelijktijdig naar buiten brengen van het interne onderzoek en het persbericht van het opstappen van wethouder Baljé bij hem de schijn wekte dat er een deal was afgesloten tussen die twee partijen in de trant van "wij pleiten je vrij, maar je moet wel direct opstappen"
Verder verzoekt hij de uitspraken van burgemeester Verkerk in een Brandpunt-uitzending inzake zijn veiligheidssituatie aan het onderzoek toe te voegen. Hij is van mening dat de burgemeester daarbij een onheuse link heeft gelegd met een kandidaat van de lijst van Onafhankelijk Delft.
De CdK antwoordt dat hij dit niet zal doen omdat raadsleden zelf de mogelijkheden hebben om de burgemeester daar op aan te spreken; daar is geen extern onderzoek voor nodig. Het genoemde persbericht wordt nog naar de onderzoekers gestuurd.

De heer Meuleman (Stadsbelangen) vraagt de onderzoekers naar het startpunt van de Gondelaffaire. In de onderzoeksopzet staat nu dat de Gondelaffaire startte met een telefoongesprek van wethouder Baljé met de heer Verkerk (destijds wethouder in Den Haag). Naar zijn mening startte de affaire met het naar buiten brengen van de beeldopnames van Daga door een aantal raadsleden.
Daarnaast lijkt de onderzoeksopzet ervan uit te gaan dat de burgemeester rondom de Gondelaffaire zelf beslissingen heeft genomen. Dat is niet het geval. Het waren collegebesluiten waarbij de burgemeester tijdens de raadsdebatten het woord heeft gevoerd namens het college.
Daarnaast pleit hij ervoor om niet alleen de gedragscode voor de burgemeester in het onderzoek te betrekken maar ook de gedragscode voor raadsleden. Hij meent dat het optreden van een aantal raadsleden rondom de Gondelaffaire relevant zijn voor hoe er destijds op de Gondelaffaire is gereageerd. Hij heeft dat onlangs ook voorgesteld in een motie waarbij de raad werd voorgesteld om een extern onderzoek naar de Gondelaffaire in te stellen.
De heer Damen (PvdA) voegt hieraan toe dat voor de context ook gedragingen van een aantal raadsleden relevant is in de jaren voorafgaand de Gondelaffaire. Hij meent dat het goed zou zijn dat bij het onderzoek te betrekken.

De heer Cachet geeft in reactie aan dat alle opmerkingen in beschouwing worden genomen tijdens het onderzoek en dat aanvullende stukken welkom zijn. Onlangs zijn nog twee rechterlijke vonnissen aan de onderzoekers overgedragen.
Hij geeft aan dat de onderzoekers vijf cruciale momenten hebben geďnventariseerd naar aanleiding van het verzoek van de burgemeester. In hoeverre de opmerkingen over de context en de gedragscode voor raadsleden daar bij betrokken zullen worden, zal duidelijk worden tijdens het onderzoek. Dan moet blijken of die opmerkingen relevant zijn voor de beantwoording van de hoofdvraag: 'of de burgemeester in relatie tot de Gondelaffaire heeft gehandeld in strijd met de geldende wetgeving, gedragscodes en algemene regels van behoorlijk bestuur'. De gedragscode voor raadsleden vormt dus geen apart onderzoeksobject, de context waarbinnen het handelen van de burgemeester heeft plaatsgevonden wordt wel bij het onderzoek betrokken.
Het vertrekpunt van het onderzoek is en blijft het verzoek van de burgemeester.
Wat betreft de collegebesluitvorming geeft de heer Cachet aan dat dit een wezenlijk onderdeel is van het werk van de burgemeester maar hij realiseert zich dat de burgemeester slechts één van de actoren is.

De heer Stoelinga verzoekt om aan het onderzoek toe te voegen: de afkoopsom van Pakhoed aan Baljé, en het feit dat Baljé hem een bedrag zou hebben geboden om niet aan een burgemeestersreferendum deel te nemen omdat Baljé zelf burgemeester had willen worden. Diverse fractievoorzitters stellen vast dat dit geen relatie heeft met het voorliggende onderzoek.
De heer Cachet zegt toe ook het stuk van de heer Stoelinga mee te nemen, zoals eerder in het gesprek gemeld.

De CdK stelt vast dat alle fracties zich positief uitspreken over de eerste twee punten uit zijn brief: de onderzoeksopzet en het feit dat alle relevante informatie in het bezit is van de onderzoekers.
Daarmee komt hij op het derde punt: de bevestiging van alle fracties dat zij open staan voor de uitkomsten van het voorgenomen onderzoek en deze te laten meewegen in de oordeelsvorming over de integriteit van de burgemeester. Dat is voor hem een noodzakelijke voorwaarde om het onderzoek uit te laten voeren.

De CdK licht desgevraagd de rol van de externe begeleidingscommissie nader toe: de commissie fungeert als klankbord voor de onderzoekers en bewaakt de kwaliteit van het onderzoek. Zijn eigen rol is beperkt tot die van opdrachtgever. Hij geeft tevens aan dat een eventuele scopewijziging van het onderzoek door hem met de raad zal worden afgestemd.
De CdK zal het onderzoeksrapport na ontvangst doorgeleiden naar de burgemeester en de gemeenteraad met zijn reactie op het rapport. Het politieke oordeel is vervolgens aan de gemeenteraad.

Alle fracties bevestigen dat zij open staan voor de uitkomsten van het voorgenomen onderzoek.

De heer Meuleman (Stadsbelangen) spreekt zijn scepsis uit over bereidheid van Leefbaar Delft en Onafhankelijk Delft om zich daadwerkelijk neer te leggen bij de conclusies van het onderzoek indien die niet stroken met hun verwachtingen. De CdK vindt dat nu niet aan de orde; eerst zal het onderzoek worden uitgevoerd.

Mw. Bel (D66) verzoekt de CdK om het onderzoek voortvarend uit te voeren. De onderzoekers streven naar afronding van het onderzoek eind september. Het hangt mede af van het feitelijke verloop van het onderzoek. De CdK geeft desgevraagd aan het onderzoek kort na de afronding met zijn oordeel door te sturen naar de raad.

De heer Damen verzoekt nog een duidelijke terugkoppeling te verzorgen over hetgeen in dit gesprek aan de orde is geweest. De CdK zegt dat dat zal gebeuren, in ieder geval via het onderzoekskrapport.

De griffier zal samen met het kabinet van de CdK een verslag opstellen dat na vaststelling openbaar wordt gemaakt. Ook zal in overleg een kort nieuwsbericht op de website van de gemeenteraad worden geplaatst over de uitkomsten van het gesprek.


Valid HTML 4.01 Transitional