logo politiek delft
home | mission statement | archief | contact |

donderdag 29-11-2007 18h00

Wat schrijven de Delftse raadsleden en anderen
redactie Politiek Delft
"Reactie Christiaan Balje op de motie van Onafhankelijk Delft"

Onafhankelijk Delft MOTIE De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 29 november 2007, constaterende, • dat de toenmalige gemeenteraad van Delft, anno 2005 bijeen is gekomen in een extra ingelaste gemeenteraadsvergadering d.d. 24 mei 2005; • dat de toenmalige fracties van PvdA, CDA, VVD, GroenLinks, STIP, Stadsbelangen, SP, Christenllnie/SGP en D66 een motie (M-2) hebben ingediend, welke unaniem werd aangenomen; • dat het Gerechtshof op 25 juli 2007 tot de conclusie is gekomen en heeft uitgesproken dat de heer M.J.H.M. Stoelinga tot 24 mei 2005 niet onrechtmatig heeft gehandeld; van mening, • dat de toenmalige gemeenteraad van Delft, anno 2005 onjuist en onterecht beschuldigingen en verwijten hebben gemaakt ten opzichte van de heer M.J.H.M. Stoelinga, zonder dat zij volledig geďnformeerd waren en het beschikbare materiaal hebben bekeken, wat hen reeds was aangeboden; spreekt uit: dat de huidige vertegenwoordigers van de fracties in de raad, namens de toenmalige gemeenteraadsleden/fractievoorzitters van 2005 hun excuses aan bieden aan de heer M.J.H.M. Stoelinga, voor het onterecht uitten van beschuldigingen en verwijten zoals deze zijn opgenomen in de handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 24 mei 2005; en gaat over tot de orde van de dag. Delft, 29 november 2007. www.onafhankelijkdelft.nl

---------------------------------------------------------------------------------------- Chr. L. Balje MBA Hofzoom 68 2614 VD Delft Aan: de fracties van de Gemeenteraad Delft Per email Betreft: Reactie op Motie Onafhankelijk Delft inzake excuses aan de heer M. Stoelinga. Delft, 29 november 2007. Geachte leden van de Gemeenteraad van Delft, Ik heb geconstateerd dat de raadsfractie van Onafhankelijk Delft in de gemeenteraadsvergadering van 29 november 2007 een motie zal indienen waarin de raad opgeroepen wordt zijn excuses aan te bieden aan de heer Stoelinga. De grond daarvoor zou volgens die motie zijn dat de heer Stoelinga op 24 mei 2005 niets te verwijten viel inzake zijn handelwijze in de zogenaamde gondelaffaire en dat hij voor die handelwijze derhalve onterecht ter verantwoording zou zijn geroepen in uw vergadering van die datum. Naar aanleiding daarvan bied ik u het volgende ter overweging: 1. In de motie geeft Onafhankelijk Delft in de derde constatering weer dat "het Gerechtshof op 25 juli 2007 tot de conclusie is gekomen dat en heeft uitgesproken dat de heer M.J.H.M. Stoelinga tot 25 mei 2005 niet onrechtmatig heeft gehandeld." Dat is echter onjuist. Ten eerste betreft het niet een uitspraak van het Gerechtshof maar van de Rechtbank in Den Haag . Bovendien is nergens in die uitspraak de conclusie te vinden dat de heer Stoelinga tot 25 mei 2005 (de dag na de raadsvergadering) niet onrechtmatig zou hebben gehandeld. Als belangrijke datum noemt de Rechtbank echter wel 13 mei 2005, de dag dat ik (na publicatie van het gemeentelijk onderzoek) ben afgetreden, niet omdat ik strafbare feiten zou hebben gepleegd maar omdat verder functioneren mij (door toedoen van o.a. de heer Stoelinga) onmogelijk was gemaakt. De Rechtbank overweegt in dat verband het volgende in haar vonnis: "4.9. Op 13 mei 2005 is Baljé afgetreden als wethouder; vanaf dat moment is hij niet meer actief geweest binnen de Delftse politiek. Op 13 mei 2005 is eveneens het interne onderzoeksrapport afgekomen waarin werd geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor de eerder door Leefbaar Delft en Stoelinga geuite beschuldiging van corruptie. Inmiddels had Stoelinga op 10 mei 2005 aangifte gedaan tegen Baljé van corruptie en schending ambtsgeheim. Op 24 mei 2005 heeft een raadsvergadering plaatsgevonden waarin de gemeenteraad onder meer heeft uitgesproken dat de fractie van Leefbaar Delft in deze kwestie op onverantwoorde en onfatsoenlijke wijze is omgegaan met de tot haar gekomen informatie en dat zij de handelwijze van de fractie van Leefbaar Delft ten sterkste afkeurt. 4.10. De rechtbank is van oordeel dat Leefbaar Delft en/of Stoelinga na deze conclusies uit het interne rapport en de duidelijke uitspraken van de gehele gemeenteraad redelijkerwijs niet meer door kon(den) gaan met het publiekelijk uiten van beschuldigingen van corruptie. Op dat moment was de aandacht die Leefbaar Delft vroeg voor het gesignaleerde gedrag van Baljé immers reeds gevestigd en bestond er geen (politieke) noodzaak meer om dit publiekelijk aan de kaak te blijven stellen. Baljé had de politieke arena verlaten en de verdenking van corruptie was op dat moment in onderzoek bij de rijksrecherche. Met het publiekelijk herhalen van verdenkingen en het 'op de man spelen' werd dan ook geen enkel redelijk doel meer gediend. Leefbaar Delft en/of Stoelinga hadden zich vanaf dat moment dan ook dienen te onthouden van het in de media en op de website van de fractie uiten van beschuldigingen aan het adres van Baljé. Indien Leefbaar Delft en/of Stoelinga van oordeel waren dat de onderzoeken en raadsuitspraken ontoereikend c.q. onterecht waren, hadden zij hun pijlen moeten richten op degenen die voor die onderzoeken en uitspraken verantwoordelijk waren, en die zich nog binnen de politieke arena bevonden." Hieruit moge blijken dat de Rechtbank van oordeel is dat de handelwijzen van de heer Stoelinga en van Leefbaar Delft in ieder geval vanaf 13 mei 2005 (en dus ook ruim voor de raadsvergadering van 24 mei 2005) onrechtmatig zijn geweest. 2. Los van de uitspraken van de rechtbank inzake het juridisch onrechtmatig handelen van Stoelinga en Leefbaar Delft is het aan de gemeenteraad zelf om al dan niet te oordelen in hoeverre een raadslid of een raadsfractie de door de gemeenteraad aan zichzelf opgelegde gedragscode geschonden heeft. Uw gedragscode kent ondermeer de volgende bepalingen: "5 MENINGSUITINGEN 5.1© Het raadslid onthoudt zich van beledigingen, laster en leugens. 5.2© Een raadslid tast de persoonlijke integriteit van leden van college, raad en ambtelijke organisatie niet onbewezen aan. 5.3© Het raadslid draagt er zorg voor, dat de toonzetting van de beweringen niet geschiedt in persoonlijke grievende bewoordingen 5.4© Naderhand onjuist gebleken beweringen worden door het betrokken raadslid publiekelijk gerectificeerd." Ik laat graag aan uw oordeel over hoe u de handelwijze van de heer Stoelinga en Leefbaar Delft in dit verband zou willen duiden en of de heer Stoelinga zich nu terecht als slachtoffer presenteert. Overigens bevat de gedragscode tevens een uiterst bruikbaar onderdeel over de toepassing ervan: "1 DE TOEPASSING VAN DE GEDRAGSCODE 1.1© De gedragscode is voor elk raadslid het uitgangspunt voor de verwachtingen omtrent het optreden van de raadsleden. De code wordt op de met een © gemarkeerde onderdelen naar analogie toegepast op commissieleden/ niet-raadsleden. 1.2© Een raadslid onthoudt zich van al hetgeen het aanzien van het raadlidmaatschap en het aanzien van de raad schaadt. De raadsleden zijn aanspreekbaar op de naleving van gedragscode. Raadsleden spreken elkaar aan op ongewenst gedrag. 1.3© De leden van raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. Dedoor de raad vastgestelde gedragscode is openbaar en door derden te raadplegen. 1.4© In gevallen waarin de code niet voorziet vindt afstemming over eventuele aanpassing van de code plaats in de raadsadviescommissie Middelen en Bestuur. In gevallen waarin toepassing niet eenduidig is vindt afstemming plaats in het fractievoorzittersoverleg. Zonodig vindt bespreking plaats in de gemeenteraad. 1.5© De raad kan wegens schending van de gedragscode besluiten tot een sanctie. Algemeen uitgangspunt daarbij is, dat er pas sancties aan de raad zullen worden voorgesteld als herhaaldelijk aanspreken niet heeft geholpen. Het raadslid in kwestie onthoudt zich daarbij van stemming. 1.6© De burgemeester treedt vanuit zijn functie als voorzitter van de gemeenteraad op als bewaker/stimulator van bestuurlijke integriteit van de raad." 3. In de motie van Onafhankelijk Delft spreekt de fractie als haar mening uit dat de toenmalige gemeenteraad anno 2005 onjuist en onterecht beschuldigingen zou hebben geuit ten opzichte van de heer Stoelinga. Daarvoor is echter geen enkele grond. Uit bovenstaande, alsook uit de vonnissen van de rechtzaken die de heer Stoelinga en Leefbaar Delft sindsdien verloren, alsook uit alle onderliggende beschikbare informatie, onderzoeksrapporten etc. moge blijken dat de situatie op 25 mei 2005 zoals geconstateerd door de fracties van de PvdA, het CDA, de VVD, GroenLinks, STIP, Stadsbelangen, de SP, de ChristenUnie/SGP en D66 alleen maar meer grond heeft gevonden sinds die datum: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op dinsdag 24 mei 2005, constaterende dat · de fractie van Leefbaar Delft zeer ernstige beschuldigingen (mogelijke corruptie) heeft geuit in de richting van inmiddels ex-wethouder C. Baljé; · de fractie van Leefbaar Delft deze beschuldigingen eerst via media heeft geuit en pas later aangifte van deze beschuldigingen heeft gedaan; · de fractie van Leefbaar Delft deze beschuldigingen als feiten in de media heeft gebracht, zonder dat bevoegde instanties in de gelegenheid werden gesteld naar het bewijs van deze aantijgingen (uitgebreid) onderzoek te doen in een procesgang die ook met waarborgen voor alle betrokkenen is omkleed; · door deze handelwijze van Leefbaar Delft C. Baljé op onaanvaardbare wijze publiekelijk feitelijk reeds is 'veroordeeld'; spreekt als zijn mening uit dat · een raadslid de plicht heeft signalen van mogelijke misstanden serieus te nemen en gepaste actie te ondernemen; · de fractie van Leefbaar Delft in het geval van C. Baljé evenwel op onverantwoorde en onfatsoenlijke wijze is omgegaan met tot haar gekomen informatie; · hij de handelwijze van de fractie van Leefbaar Delft ten sterkste afkeurt, en gaat over tot de orde van de dag." 4. Helaas echter, heeft de unaniem gesteunde motie weinig effect gehad. Sinds 24 mei 2005 zijn bijna 100 (!) "colums" inzake de gondelaffaire verschenen op de website van Leefbaar Delft, zijn meerdere advertenties en colums geplaatst in lokale media en heeft de heer Stoelinga meerdere interviews gegeven voor radio en televisie waarin hij zijn beschuldigingen opnieuw uitte. Op 24 september 2007 constateerde dezelfde Rechtbank in Den Haag dat die beschuldigingen (ook nadat de voorzieningenrechter ruim twee jaar geleden oordeelde dat de beschuldigingen van Leefbaar Delft en Stoelinga aan mijn adres onrechtmatig waren) gewoon doorgegaan zijn. Ik wordt daardoor voortdurend in mijn eer en goede naam aangetast. Dat hindert mij al ruim twee jaar in het vinden van een passende baan. De voorzieningenrechter heeft inmiddels Leefbaar Delft en Stoelinga verboden om mij in het openbaar (waaronder in elk geval doch niet uitsluitend te verstaan: via websites, via advertenties in media, via nieuwsuitzendingen, internet, radio, het verspreiden van pamfletten, of hoegenaamd ook) te beschuldigen van corruptie, corruptiepraktijken, of de suggestie te wekken dat ik corrupt ben (geweest), zulks op straffe van een dwangsom van 5.000,-- euro per dag of gedeelte van een dag dat de betreffende gedaagde in strijd met dit verbod handelt, met een maximum van 100.000,-- euro. Het lijkt mij dat, indien de vraag aan de orde zou zijn of de handelwijze van Stoelinga sinds 13 mei 2005 onrechtmatig zou zijn, eenieder die vraag bevestigend kan beantwoorden. De relatief vriendelijk wijze waarop de gemeenteraad op 24 mei 2005, mede in afwachting van het rapport van de Rijksrecherche en de uitkomst van de te voeren rechtzaken, de heer Stoelinga en de fractie van Leefbaar Delft ter verantwoording heeft geroepen kan ook in die zin geen grond zijn om excuses te verwachten. 5. Ik hecht eraan te wijzen op het feit dat het uiteenvallen van Leefbaar Delft, en daarmee het ontstaan van Onafhankelijk Delft kennelijk het gevolg is geweest van onenigheid intern over de juridische en financiele consequenties van de door Leefbaar Delft en Stoelinga verloren rechtzaken. Tevens hecht eraan te verwijzen naar de verklaring van Leefbaar Delft daarover: "De vereniging Leefbaar Delft en de fractie van Leefbaar Delft hebben in het verleden oud-wethouder Christiaan Baljé ten onrechte beschuldigd van corruptie en het lekken van vertrouwelijke informatie. De vereniging Leefbaar Delft en de fractie van Leefbaar Delft verklaren hierbij dat deze beschuldigingen onterecht waren. Nu oud-fractievoorzitter Martin Stoelinga de vereniging heeft verlaten is het gemakkelijker om hierover te communiceren. Dat doen wij bij deze. De vereniging Leefbaar Delft en de fractie van Leefbaar Delft distantiëren zich van de uitspraken die Martin Stoelinga als fractievoorzitter van Leefbaar Delft in de zogeheten Gondelaffaire heeft gedaan en de beschuldigingen die hij heeft geuit aan het adres van Baljé. Wij betreuren het dat deze slepende zaak en de beschuldigingen bij Baljé tot schade hebben geleid. Wij trekken ons per direct terug als belanghebbende in alle lopende juridische procedures tegen Baljé. Wij zullen ons in de toekomst onthouden van publicaties over Baljé. Wij willen het verleden het verleden laten, omdat wij ons serieus op het besturen van de stad willen richten." Tot slot spreek ik mijn teleurstelling uit dat deze onverkwikkelijke zaken opnieuw onder uw aandacht worden gebracht door de heer Stoelinga c.s. kennelijk met het doel de handelwijze van de heer Stoelinga te vergoeilijken en zelfs excuses af te dwingen. Ik heb al eerder publiekelijk aangeven dat deze zaak mijns inziens vooral bij de rechter thuishoort, die daar overigens blijkens de vonissen wel raad mee weet. Voorzover het de (naar aanleiding van de motie van Onafhankelijk Delft in uw vergadering te evalueren) eigen handelwijze van de gemeenteraad op 24 mei 2005 betreft kan ik die handelwijze met verwijzing naar bovenstaande - ook na twee en een half jaar - alleen maar onderstrepen. Met vriendelijke groet, Christiaan Balje.