logo politiek delft
home | mission statement | archief | contact |

zondag 20-01-2008 00h00

Reinoud

Hoge Raad slaat de plank volledig mis in de gondelaffaire. De Hoge Raad heeft op 18 januari 2008 uitspraak gedaan in de gondelaffaire. Ex-wethouder Baljé (VVD) had een kort-geding tegen Leefbaar Delft aangespannen vanwege een advertentie van Leefbaar Delft in de Delftse Post op 3 juni 2005. Volgens de heer Baljé moet deze advertentie worden gezien als een beschuldiging van corruptie terwijl hij zich niet heeft schuldig gemaakt aan corruptie. De voorzieningenrechter veroordeelde Leefbaar Delft tot het plaatsen van een rectificatie. Het gerechtshof in Den Haag bekrachtigde in hoger beroep op 23 mei 2006 het vonnis van de voorzieningenrechter. Leefbaar Delft ging vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad tegen het vonnis van het gerechtshof in Den Haag. De Hoge Raad heeft voormalig wethouder Christiaan Baljé in het gelijk gesteld. Leefbaar Delft heeft de cassatie verloren. Volgens de Hoge Raad houdt het oordeel van het gerechtshof stand wanneer niet of tevergeefs wordt bestreden dat: a. inderdaad sprake is van een ernstige beschuldiging; b. daarvoor destijds geen feitelijke basis bestond. Advocaat Duijsens heeft in cassatie niet bestreden dat er destijds een feitelijke basis voor de beschuldigingen ontbrak. Hij heeft alleen met slechte argumenten betwist dat de advertentie in de Delftse Post moet worden gezien als een beschuldiging van corruptie. Volgens advocaat Duijsens is er slechts sprake van een verdenking van corruptie. Ik vind dat de advertentie noch als een beschuldiging van corruptie noch als een verdenking van corruptie moet worden gezien. Nergens wordt er in de advertentie beweerd of zelfs maar gesuggereerd dat oud-wethouder Baljé zich heeft verrijkt of iets heeft aangenomen dat hij niet mocht aannemen. Het woord corruptie komt niet eens in de advertentie voor. Er is daarom geen sprake van zo'n ernstige beschuldiging dat zware bewijsverplichtingen op zijn plaats zijn. Verder is het schokkend dat de Hoge Raad helemaal voorbij gaat aan de bestuurlijke, politieke en staatsrechtelijke kanten van de zaak. Men kan nu wel zeggen dat er geen feitelijke basis voor de beschuldigingen was, maar dat is helemaal niet waar. De feitelijke basis was misschien onvoldoende voor hetgeen een officier van justitie tijdens een rechtszaak in handen zou moeten hebben om tot een veroordeling te komen, maar het is onbillijk om de criteria die gelden voor het bewijsrecht tijdens een rechtszaak ook te laten gelden voor het recht van de oppositie om het bestuur te bekritiseren. De oppositie weet vaak wel dat de zaak stinkt, maar de oppositie kan meestal niet de vinger precies op de stinkende wond leggen. Met dit soort rechtspraak kunnen we de oppositie net zo goed afschaffen. De gondelaffaire is een hele belangrijke kwestie. Dat is niet omdat voormalig wethouder Baljé zo corrupt is maar omdat het gaat om recht van de oppositie om het bestuur te bekritiseren. Dat recht is de levensader van de democratie. De Hoge Raad slaat de plank volledig mis door het functioneren van de democratie niet bij de beoordeling van deze zaak te betrekken. Hopelijk gaat Martin Stoelinga in beroep bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De zaak is er zeker belangrijk genoeg voor. Reinoud