logo politiek delft
home|mission statement|archief|links|contact|english|GR2010|
delft delft delft delft delft delft delft delft delft delft delft delft

____________________________________________________________________
donderdag | 12 januari 2012 | 00:05 | *

'Referendum: In de aanloop naar de afwijzing hebben college en raad verschillende dubieuze besluiten genomen.'

delft jeroen_van_oort_20110708.jpg
Fractievoorzitter Jeroen van Oort fractie Van Oort.

From: J.H. van Oort
Sent: Wednesday, January 11, 2012 8:17 PM
To: S.Dijksma@tweedekamer.nl ; W.vanBeek@tweedekamer.nl ; C.vdStaaij@tweedekamer.nl ; G.Koopmans@tweedekamer.nl ; M.Smilde@tweedekamer.nl ; cynthia.ortega@tweedekamer.nl ; rvraak@sp.nl ; marianne.thieme@tweedekamer.nl ; a.wolbert@tweedekamer.nl ; p.heijnen@tweedekamer.nl ; skarabulut@sp.nl ; b.dboer@tweedekamer.nl ; a.elissen@tweedekamer.nl ; j.hennis-plasschaert@tweedekamer.nl ; j.monasch@tweedekamer.nl ; g.schouw@tweedekamer.nl ; k.verhoeven@tweedekamer.nl ; e.ziengs@tweedekamer.nl ; r.grashoff@tweedekamer.nl
Subject: controlerende rol volksvertegenwoordigers

Geachte leden van de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer,

Bijgevoegd treft u ter informatie een brief van mijn hand aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Brief * aan minister Spies) over de taak van volksvertegenwoordigers en een brief van de Delftse burgemeester (artikel 15 gemeentewet brief * Bas Verkerk) over artikel 15 van de gemeentewet.

In Delft is vanwege de voorgenomen bouw van een nieuw stadskantoor, dat vele miljoenen duurder zal worden, een referendum aangevraagd. Nadat dat – naar mijn oordeel – op onrechtmatige gronden is afgewezen, hebben aanvragers tegen die afwijzing beroep aangetekend. Daarbij heb ik hen, zonder als adviseur of advocaat werkzaak te zijn, van advies voorzien en tevens bijgedragen in de kosten voor juridisch advies.

In de aanloop naar de afwijzing hebben college en raad verschillende dubieuze besluiten genomen. Zo lekte het college geheime informatie, nam de burgemeester tegen de verordening in in eerste instantie geen initiatief een initiatiefvoorstel op de raadsagenda te plaatsen en betaalde het college de door de gemeenteraad aangestelde accountant vorstelijk om met een politiek gewenst advies te komen. In de brief ‘artikel 15 gemeentewet’ constateert de burgemeester mede namens fractievoorzitters dat leden van de raad artikel 15 niet hebben overtreden, noch dat de wet regelt dat raadsleden geen juridisch adviseur zouden mogen beschikbaar stellen. De burgemeester en een aantal fractievoorzitters vinden beide zaken echter niet wenselijk.

De heren De Wit, Stoelinga en ondergetekende zijn daarentegen echter van mening dat bij de taak van een volksvertegenwoordiger ook kan horen dat besluitvorming die naar hun oordeel niet rechtmatig is geweest, getoetst wordt bij de rechter. Wie anders dan volksvertegenwoordigers immers zitten er dichter op het besluitvormingsproces om te kunnen inschatten of aan de regels van de democratische rechtstaat is voldaan? Inperking van vrijheden in handelen daaromtrent zou naar onze mening daarom buitengewoon onwenselijk zijn. Een democratische rechtstaat is meer dan alleen een meerderheid van stemmen. Dat is ook dat besluitvorming volgens bepaalde regels verloopt en binnen bepaalde kaders valt. Daarvoor vragen wij graag uw aandacht.

Met vriendelijke groet,

Jeroen van Oort
Raadslid in de gemeente Delft

Drs. J.H. van Oort
Guido Gezellelaan 82 | 2624 LA Delft
T 06-43586022 | j.h.vanoort@casema.nl|www.jhvanoort.nl | @JeroenvanOort

--------------------------------------------------------------------------------

Drs. J.H. van Oort
Guido Gezellelaan 82
2624 LA Delft
raadslid in de gemeente Delft

Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Mevrouw mr drs J.W.E. Spies
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Delft, 10 januari 2012

Betreft: controlerende taak volksvertegenwoordigers

Excellentie, beste Liesbeth,

Onlangs ontving u een brief met datum 22 december 2011 vanuit de gemeente Delft met als onderwerp ‘artikel 15 Gemeentewet’. In deze brief vragen op verzoek van enkele fractievoorzitters uit het Delftse fractievoorzittersoverleg – en niet op verzoek van de gemeenteraad, zoals de brief suggereert – u een mening te geven over de betekenis van artikel 15 Gemeentewet. De raadsleden Van Oort, De Wit en Stoelinga hebben aangegeven tegen het schrijven van een brief over dit onderwerp aan u geen bezwaar te hebben. Immers, het staat in Nederland iedereen vrij om aan iedereen een brief te sturen. Desalniettemin hebben wij moeite met de vraag die u gesteld wordt en hebben wij, in de bredere context waarin deze soap zich afspeelt enkele aanvullende vragen aan u.

In de door burgemeester Verkerk ondertekende brief wordt u gevraagd een verhelderende uitspraak te doen over artikel 15 lid 1a gemeentewet:

"Een lid van de raad mag niet:
a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur."

De fractievoorzitters vragen u dit omdat enkele raadsleden, te weten Van Oort, De Wit en Stoelinga, burgers in de Delftse commissie voor bezwaarschriften burgers hebben bijgestaan. Echter niet door als advocaat of adviseur werkzaam te zijn, maar geheel belangeloos en vanuit de verantwoordelijkheid die zij voelen vanuit hun functie als raadslid. Gezien bovenstaand artikel 15 en de bijbehorende memorie van toelichting is dit toegestaan; het wetsartikel richt zich op diegenen die proberen beroepsmatig opdrachten te verwerven door hun politieke ambt. Daarvan is hier beslist geen sprake. Sterker, kosten voor ingewonnen juridisch advies zijn zelfs door deze raadsleden gedragen en rechtstreeks aan die advocaat overgemaakt.

Ook tegen het betalen van kosten hebben de Delftse burgemeester en enkele fractievoorzitters kennelijk bezwaar. In de brief vanuit de gemeente Delft schrijft burgemeester Verkerk:
"Hoewel de wet noch de Delftse gedragscode daar iets over regelen, vindt een meerderheid van de raad (lees: fractievoorzitters, red) dit een dermate principieel punt, dat zij hierover uw reactie vraagt, en of u van mening bent dat het gewenst is dat gemeenteraden danwel de wetgever op dit punt nadere regels stelt."[sic]

Naar het oordeel van de raadsleden Van Oort, De Wit en Stoelinga vraagt burgemeester Verkerk u hier namens een meerderheid van de Delftse fractievoorzitters of u met de burgemeester en fractievoorzitters van mening bent dat fundamentele vrijheden die in een democratische rechtstaat bestaan voor volksvertegenwoordigers moeten worden ingeperkt. Immers, in een democratie beslist de meerderheid, in een rechtstaat wordt de macht beperkt door het recht. De gevolgtrekking daarvan is dat in een democratische rechtstaat de macht van de meerderheid daarom wordt beperkt door het recht. Daar hoort bij, en dat is naar ons oordeel echt een fundamentele kwestie, dat ook volksvertegenwoordigers de loop van het democratische proces moeten kunnen toetsen bij de rechter, dat volksvertegenwoordigers burgers, voor zover zij dat niet uit winstbejag doen, moeten kunnen bijstaan bij beroep en bezwaar en dat volksvertegenwoordigers daarvoor eventueel juridische kosten dragen als volgens de volksvertegenwoordigers sprake is van een onrechtmatig genomen besluit. Juist volksvertegenwoordigers hebben kennis van de feitelijke democratische processen. In het geval de grenzen van het recht door de feitelijke democratische processen worden overschreden, zouden juist zij het daarom kunnen zijn die dat het eerste opvalt. Wij willen u daarom vragen om fel stelling te nemen tegen het idee van de Delftse burgemeester en enkele fractievoorzitters dat dit recht voor volksvertegenwoordigers in gedragscodes, verordeningen of zelfs wetgeving op enigerlei wijze ingeperkt zou kunnen worden. Het hoort immers bij de controlerende taak van volksvertegenwoordigers.

De gemeente Delft voert net als andere overheden een fors bezuinigingsprogramma uit. In het coalitieakkoord 2010-2014 kwamen wij overeen structureel een bedrag van ongeveer 30 miljoen euro, inmiddels bijgesteld tot 34 miljoen euro, te bezuinigen. Daarbij moeten politieke keuzes gemaakt worden.
In Delft bestaat naast het voornemen te bezuinigen ook het voornemen een nieuw stadskantoor te bouwen. De voorbereidingen daarvan zijn in volle gang, maar van een onomkeerbaar proces is feitelijk nog geen sprake. In het najaar van 2010 bleek mij uit een notitie van de verantwoordelijk wethouder dat de exploitatiekosten van de nieuwbouw met ongeveer drie miljoen euro per jaar stijgen en daarmee zestig procent hoger komen te liggen dan de exploitatie van de huidige huisvesting, terwijl tegelijkertijd het gemeentelijk apparaat fors wordt ingekrompen. In een tijd dat onze gemeente een bibliotheekfiliaal en buurthuizen moet sluiten, deelname aan het cultuuronderwijs door prijsverhogingen vermindert, de stad minder wordt gereinigd, mensen met een taalachterstand pas op cursus mogen als zij al in de bijstand zitten kiezen enkele raadsleden er voor het bouwen van een nieuw stadskantoor en vooral de bijbehorende kostenstijging opnieuw aan de orde te stellen. Het alleen al ter discussie stellen van de bouw van een nieuw stadskantoor bleek politiek echter bijzonder moeilijk. Zo moeilijk, dat het helaas zelfs tot scheuring in een coalitiefractie heeft geleid.

Het college van burgemeester en wethouders heeft getracht een soort van wetenschappelijk bewijs te leveren voor de kosten van niet bouwen. De drogreden van de autoriteit. Daarbij heeft het college een opdracht verstrekt aan de accountant, niet alleen in kantoor, maar ook in persoon, die door de gemeenteraad is aangesteld om het college te controleren. In geld gemeten is deze opdracht tussen de twee en drie maal het bedrag dat de gemeenteraad betaalt om het college te controleren. Net als Kamerlid Plasterk1 en de minister van Financiën – die op dit naar aanleiding van voornemens van de Europese Unie een consultatie houdt2 – stellen wij daarbij onze vraagtekens. In het kader van een dualistisch georganiseerd bestuur past het naar onze mening niet dat de uitvoerende macht adviseurs inzet die tegelijkertijd als controleur in werkzaam zijn van de controlerende macht. Strikt genomen bestaat een dergelijk verbod op dit moment niet. In aansluiting op de consultatie die de minister van Finaniciën op dit moment houdt, willen wij u vragen een uitspraak te doen over de wenselijkheid van een dergelijke dubbelrol van accountants in het openbaar bestuur.

De Delftse verordening geeft de mogelijkheid dat op basis van een concept raadsbesluit burgers een initiatief tot het houden van een raadgevend referendum kunnen organiseren. De raadsleden Van Oort, De Wit en Stoelinga hebben afgelopen zomer met een initiatiefvoorstel een concept raadsbesluit geforceerd en enkele betrokken burgers hebben, ondersteund met de handtekeningen van ruim voldoende medestanders, een referendum over dit voorstel om geen stadskantoor te bouwen aangevraagd.

In het Reglement van Orde van de Gemeenteraad van Delft staat als definitie voor een initiatiefvoorstel: “een voorstel, door een raadslid gedaan, buiten de agenda vallend, dat zo spoedig mogelijk op de agenda van de vergadering van de raad geplaatst wordt voor behandeling”

In het eerste lid van artikel 37 van datzelfde reglement wordt voorts bepaald:

"Een voorstel aan de raad, uitgaande van één of meer raadsleden, niet zijnde een voorstel als bedoeld in de artikelen 34 en 36 van dit reglement, moet schriftelijk en door de voorsteller(s) ondertekend, worden ingediend bij de voorzitter, die het met inachtneming van de in artikel 11 bedoelde termijnen op de agenda van de eerstvolgende vergadering plaatst."

Desalniettemin adviseerde het presidium deze zomer om niet in de eerstgeplande raadsvergadering, maar pas een maand later het initiatiefvoorstel, toen inmiddels al gekoppeld aan een referendumverzoek van de inwoners van Delft, te agenderen. De burgemeester zelf liet niets weten. Dreigen met een rechtszaak was nodig om de burgemeester te bewegen een extra fractievoorzittersoverleg bijeen te roepen, dat uiteindelijk besloot om toch in de door de verordening aangewezen vergadering het onderwerp te behandelen. Het waren daarom uiteindelijk de fractievoorzitters en niet de volgens de verordening verantwoordelijke burgemeester die besloten het onderwerp te agenderen. Onze vraag is of u het wenselijk vindt dat een burgemeester niet zelfstandig het reglement van orde volgt maar de uitwerking overlaat aan een fractievoorzittersoverleg, daarbij in aanmerking genomen dat het reglement van orde nu juist de bepaling van onmiddellijke agendering bevat om te voorkomen dat minderheden in de raad hun onderwerpen niet op de agenda kunnen krijgen.

Concluderend willen wij u vragen een oordeel te geven over de volgende vragen:
1. Vindt u dat raadsleden burgers mogen bijstaan bij beroep en bezwaar en/of zelfstandig bezwaar mogen aantekenen tegen uitkomsten van het democratisch proces die naar hun oordeel op onrechtmatige manier tot stand zijn gekomen?
2. Vindt u het wenselijk dat een gedragscode in een gemeenteraad artikelen bevat die inbreuk doen op fundamentele vrijheden die volgens de wet gewoon zijn toegestaan en horen bij een democratische rechtstaat?
3. Vindt u het wenselijk dat een college van burgemeester en wethouders de accountant die door de gemeenteraad niet alleen als kantoor maar ook in persoon, is ingeschakeld vraagt een politiek geladen adviestaak binnen dezelfde gemeente op zich te nemen?
4. Vindt u het wenselijk dat een burgemeester tegen het reglement van orde van zijn gemeenteraad in niet zelfstandig de behandelwijze van een initiatiefvoorstel op de agenda van de gemeenteraad plaatst en daardoor niet actief voor de rechten van individuele raadsleden opkomt?

De vraag over de juistheid van het genomen besluit over de referendumaanvraag zelf staat nog open voor beroep bij de rechter. Het past daarom niet in dit schrijven daaraan aandacht te schenken.

Ik stel u deze vragen mede namens de Delftse raadsleden De Wit en Stoelinga en zend deze brief in kopie aan de leden van de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer. Vanzelfsprekend ben ik eventueel graag tot nadere toelichting bereid.

Met vriendelijke groet,

Jeroen

--------------------------------------------------------------------------------

Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Mevrouw Mr. drs. J.W.E. Spies
Postbus 20011
2500 EA Den Haag

Datum 22-12-2011
Kenmerk 1198010

Geachte mevrouw Spies,

Namens de gemeenteraad van Delft vraag ik uw aandacht voor het volgende.

Binnen de gemeenteraad van Delft is recentelijk discussie geweest over de relatie tussen het adviseurschap ex artikel 15, eerste lid sub a, van de Gemeentewet, en de rol die raadsleden kunnen spelen in gemeentelijke bezwaarschriftenprocedures.
Deze relatie heeft in verschillende gemeenten geleid tot discussie en externe advisering. Daar wordt in deze brief nader op ingegaan.

Tevens is geconstateerd dat leden van de Delftse gemeenteraad kosten hebben vergoed voor een juridische procedure bij de voorzieningenrechter die twee burgers hadden aangespannen naar aanleiding van twee besluiten van de gemeenteraad.

Beide zaken worden hieronder toegelicht.

Betaling van juridische kosten door raadsleden
In de onderhavige casus hebben drie raadsleden afgelopen zomer een initiatiefvoorstel ingediend dat als doel had burgers in de gelegenheid te stellen een referendumverzoek in te dienen over het desbetreffende onderwerp.1)
1) Deze samenhang (initiatiefvoorstel/referendumverzoek) heeft te maken met specifieke bepalingen in de Delftse referendumverordening die voor deze casus verder niet relevant zijn.
Twee burgers hebben vervolgens daadwerkelijk een referendumverzoek ingediend. De raad heeft over beide voorstellen (initiatiefvoorstel en referendumverzoek) in september beraadslaagd en beide afgewezen.

De indieners van het referendumverzoek hebben vervolgens bezwaar gemaakt bij de bezwaarschriftencommissie en, in relatie hiermee, een schorsingsverzoek ingediend bij de Haagse voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het schorsingsverzoek in november afgewezen. De raad heeft het bezwaar op 15 december jl. eveneens afgewezen.

Vorige week kwam naar voren dat raadsleden die het initiatiefvoorstel hebben ingediend, de kosten hebben betaald van de juridische ondersteuning die de betrokken burgers hadden gemaakt voor de procedure bij de voorzieningenrechter. De overige fracties waren daar niet van op de hoogte en vinden dit niet passen bij hun rol als raadslid. De drie betrokken fracties delen dat standpunt niet.

Hoewel de wet noch de Delftse gedragscode daar iets over regelen, vindt een meerderheid van de raad dit een dermate principieel punt, dat zij hierover uw reactie vraagt, en of u van mening bent dat het gewenst is dat gemeenteraden danwel de wetgever op dit punt nadere regels stelt.

Invulling artikel 15, eerste lid, Gemeentewet
In het verlengde daarvan heeft het fractievoorzittersoverleg vastgesteld dat er sprake is van een overtreding van de Delftse gedragscode. Concreet gaat het om de bepaling in de gedragscode dat ‘een raadslid niet optreedt ten behoeve van bezwaarmakers in de bezwaarschriftencommissie’. Dat is een bepaling die meerdere gemeenten vanaf 2002/2003 hebben opgenomen in hun gedragscode voor raadsleden.
Eén van de raadsleden heeft tijdens de formele hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie een actieve rol gespeeld ten behoeve van de bezwaarmakers en antwoorden gegeven op vragen van de bezwaarschriftencommissie. De fractievoorzitters stellen dat hiermee de gedragscode is overtreden en hebben het raadslid daarop aangesproken.

De reden dat de raad deze kwestie nu aan u voorlegt, is dat een vergelijkbare situatie zich recent in andere gemeenten heeft voorgedaan, onder meer in Lieden en Drimmelen. Ik voeg daartoe twee openbare adviezen toe over de kwesties die daar in 2010 en 2011 hebben gespeeld.

De fractievoorzitters hebben in dit kader ook gekeken of er sprake is van een verboden handeling cf artikel 15, Gemeentewet. Zoals bekend schrijft artikel 15 voor (eerste lid, sub a) dat een ‘lid van de raad niet als advocaat of adviseur werkzaam is in geschillen (…) ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur’. Het gaat hierbij om de vraag of er sprake is van ‘als adviseur werkzaam zijn’. De wetgever heeft de term ‘adviseur’ beperkt uitgelegd en op basis van de Memorie van Toelichting hebben de fractievoorzitters gesteld dat daar in dit geval geen sprake van is.
Verder is gekeken of er in dit geval sprake is geweest van ‘gemachtigde’, zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, dub b, Gemeentewet. Op basis van de wetsgeschiedenis is ook dat, naar de mening van de fractievoorzitters, hier niet het geval. De raad zou graag horen of dat naar uw mening in deze casus een correcte conclusie is.

De rode draad in de verschillende cases is de principiële vraag of een raadslid niet zou moeten kiezen tussen óf betrokkenheid bij het politieke proces óf actieve betrokkenheid bij het juridische proces. Betrokkenheid bij beide processen leidt tot een verstrengeling van rollen. Dat lijkt naar de letter van de wet weliswaar toegestaan, maar roept de vraag op of het in de geest van de wet is. Beide adviezen besteden daar aandacht aan.

Samengevat leid het bovenstaande toot de vraag of de relatie verhelderd kan worden tussen het adviseurschap ex artikel 15, eerste lid, sub a, Gemeentewet, en de rol van raadsleden in bezwaarschriftenprocedures. De uitkomst zou zowel een verruiming van artikel 15 kunnen opleveren als een beperking – áls maar duidelijk wordt wat de positie van raadsleden zou moeten zijn in een bezwaarschriftenprocedure tegen besluiten van het bestuursorgaan waar zij zelf lid van zijn.
Dit zal naar verwachting toekomstige discussies in gemeenteraden voorkomen en bijdragen aan duidelijkheid voor burgers wat zij van hun raadsleden kunnen verwachten.

Tot slot wil ik u veel succes wensen in uw nieuwe functie.

In afwachting van uw reactie,

Hoogachtend,

Mr. drs. G.A.A. Verkerk         R.H. van Luyk
Voorzitter van de raad         griffier