Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de commissarissen van de Koning, de gedeputeerden, de burgemeesters en de wethouders hun nevenfuncties en de daaraan verbonden inkomsten openbaar maken; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I De Wet rechtspositie Raad van
State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd: 1. De leden 1 tot en met 3
komen te luiden: 1. De bezoldiging van de vice-president
van de Raad van State, de president van de Algemene Rekenkamer en de Nationale
ombudsman wordt bepaald op € 10.325,86 per maand. 2. De bezoldiging van de
voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt
bepaald op € 9691,95 per maand. 3. De bezoldiging van de
overige staatsraden, de overige leden in gewone dienst van de Algemene
Rekenkamer en de substituut-ombudsmannen wordt bepaald op € 9098,26 per maand. 2. Een lid wordt toegevoegd,
luidende: 7. Indien de bezoldiging van
het personeel werkzaam bij de sector Rijk wijziging ondergaat, en wordt bepaald
dat die wijziging een algemeen karakter draagt, worden de in het eerste, tweede
en derde lid genoemde bedragen bij ministeriële regeling overeenkomstig
gewijzigd. B In artikel 8 vervalt “, met
dien verstande dat, indien het bij koninklijke boodschap van 3 januari 2006
ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet rechtspositie ministers en
staatssecretarissen en enige andere wetten in verband met de wijziging van de
hoogte van de bezoldiging van de ministers, de minister-president, de
staatssecretarissen, de leden van de Raad van State, de leden van de Algemene
Rekenkamer en de Nationale ombudsman (Kamerstukken II 2005/06, 30 426) tot wet
is of wordt verheven en de artikelen Ia en Ib van die wet later in werking
treden dan deze wet, na inwerkingtreding van die artikelen, artikel 1, eerste
lid, en artikel 4, eerste lid, van de Wet van 11 september 1964 en artikel 1,
eerste lid, van de Wet bezoldiging Nationale ombudsman, vanaf 1 januari 2008
tot het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, luiden zoals in voormelde
artikelen Ia en Ib is bepaald”. C Artikel 11 vervalt. D Artikel 12 vervalt. ARTIKEL II [Vervallen] ARTIKEL III [Vervallen] ARTIKEL IV De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 40b wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt als volgt te luiden: 3. Een gedeputeerde maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het provinciehuis. 2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende: 4. Een gedeputeerde maakt
tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door
terinzagelegging op het provinciehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar
waarin de inkomsten zijn genoten. Aa Artikel 43 wordt als volgt
gewijzigd: Na het vijfde lid worden drie
leden toegevoegd, luidende: 6. Tot vergoedingen als
bedoeld in het vijfde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit
nevenfuncties die de gedeputeerde neerlegt bij beëindiging van het ambt. 7. Andere inkomsten dan die
bedoeld in het vijfde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig
artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer. Indien de
gedeputeerde zijn functie in deeltijd vervult, wordt in artikel 3, eerste lid,
van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer “een bedrag gelijk aan 14% van
de schadeloosstelling” gelezen als een bedrag gelijk aan 14% van het bedrag van
de bezoldiging van een gedeputeerde met een volledige functie, vermeerderd met
het verschil tussen het bedrag van de bezoldiging van een gedeputeerde met een
volledige functie en de bezoldiging van de gedeputeerde” en wordt “ten hoogste
35% van de schadeloosstelling” gelezen als: ten hoogste 35% van het bedrag van
de bezoldiging van een gedeputeerde met een volledige functie. 8. Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de gedeputeerde gegevens
over de inkomsten, bedoeld in het zevende lid, verstrekt, en de gevolgen van
het niet verstrekken van deze gegevens. Ab Artikel 65 wordt als volgt
gewijzigd: Na het vijfde lid worden drie
leden toegevoegd, luidende: 6. Tot vergoedingen als
bedoeld in het vijfde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit
nevenfuncties die de commissaris neerlegt bij beëindiging van het ambt. 7. Andere inkomsten dan die
bedoeld in het vijfde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig
artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer. 8. Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de commissaris gegevens over
de inkomsten, bedoeld in het zevende lid, verstrekt, en de gevolgen van het
niet verstrekken van deze gegevens. B Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd: Het derde lid komt als volgt te luiden: 3. De commissaris maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van zijn ambt van commissaris, en de inkomsten uit die functies openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het provinciehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten C Na artikel 281 wordt een
artikel ingevoegd, luidende: Artikel 282 Artikel 43, zesde tot en met
achtste lid, onderscheidenlijk artikel 65, zesde tot en met achtste lid, is
niet van toepassing op de bij inwerkingtreding van die bepalingen zittende
gedeputeerde onderscheidenlijk commissaris van de Koning, zolang deze zonder
onderbreking zijn ambt vervult in dezelfde provincie. ARTIKEL V De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 41b wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt als volgt te luiden: 3. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis. 2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende: 4. Een wethouder in een
gemeente met meer dan 18.000 inwoners maakt tevens de inkomsten uit
nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het
gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn
genoten. Aa Artikel 44 wordt als volgt
gewijzigd: 1. Het vijfde lid komt te
vervallen. 2. Na het vierde lid worden
drie leden toegevoegd, luidende: 5. Tot vergoedingen als
bedoeld in het vierde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit
nevenfuncties die de wethouder neerlegt bij beëindiging van het ambt. 6. Andere inkomsten dan die
bedoeld in het vierde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig
artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer. Indien de wethouder
zijn functie in deeltijd vervult, wordt in artikel 3, eerste lid, van de Wet
schadeloosstelling leden Tweede Kamer “een bedrag gelijk aan 14% van de
schadeloosstelling” gelezen als een bedrag gelijk aan 14% van het bedrag van de
bezoldiging van een wethouder met een volledige functie, vermeerderd met het
verschil tussen het bedrag van de bezoldiging van een wethouder met een
volledige functie en de bezoldiging van de wethouder” en wordt “ten hoogste 35%
van de schadeloosstelling” gelezen als: ten hoogste 35% van het bedrag van de
bezoldiging van een wethouder met een volledige functie. 7. Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de wethouder gegevens over de inkomsten, bedoeld in het zesde
lid, verstrekt, en de gevolgen van het niet verstrekken van deze gegevens. Ab Artikel 66 wordt als volgt
gewijzigd: Na het vierde lid worden drie
leden toegevoegd, luidende: 5. Tot vergoedingen als
bedoeld in het vierde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit
nevenfuncties die de burgemeester neerlegt bij beëindiging van het ambt. 6. Andere inkomsten dan die
bedoeld in het vierde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig
artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer. 7. Bij algemene maatregel van
bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de burgemeester gegevens
over de inkomsten, bedoeld in het zesde lid, verstrekt, en de gevolgen van het
niet verstrekken van deze gegevens. B Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd: Het derde lid komt als volgt te luiden: 3. De burgemeester maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt, en de inkomsten uit die functies openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten. C Na artikel 290 wordt een
artikel ingevoegd, luidende: Artikel 291 Artikel 44, vijfde tot en met
zevende lid, onderscheidenlijk artikel 66, vijfde tot en met zevende lid, is
niet van toepassing op de bij inwerkingtreding van die bepalingen zittende
wethouder onderscheidenlijk burgemeester, zolang deze zonder onderbreking zijn
ambt vervult in dezelfde gemeente. ARTIKEL VI De Waterschapswet wordt als
volgt gewijzigd: A Artikel 44 wordt als volgt
gewijzigd: 1. Het vijfde lid komt te
vervallen. 2. Na het vierde lid worden
drie leden toegevoegd, luidende: 5. Tot vergoedingen als
bedoeld in het vierde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit
nevenfuncties die het lid van het dagelijks bestuur neerlegt bij beëindiging
van het ambt. 6. Andere inkomsten dan die
bedoeld in het vierde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig
artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer. Indien het lid van
het dagelijks bestuur zijn functie in deeltijd vervult, wordt in artikel 3,
eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer “een bedrag gelijk
aan 14% van de schadeloosstelling” gelezen als een bedrag gelijk aan 14% van
het bedrag van de bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur met een
volledige functie, vermeerderd met het verschil tussen het bedrag van de
bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur met een volledige functie en
de bezoldiging van het lid van het dagelijks bestuur” en wordt “ten hoogste 35%
van de schadeloosstelling” gelezen als: ten hoogste 35% van het bedrag van de
bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur met een volledige functie. 7. Op voordracht van Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden bij algemene
maatregel van bestuur regels gesteld over de wijze waarop het lid van het
dagelijks bestuur gegevens over de inkomsten, bedoeld in het zesde lid,
verstrekt, en de gevolgen van het niet verstrekken van deze gegevens. B Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid komt als
volgt te luiden: 3. De voorzitter maakt
nevenfuncties, anders dan uit hoofde van zijn ambt, en de inkomsten uit die
functies openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op de
secretarie van het waterschap uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin
de inkomsten zijn genoten. 2. Er worden vier leden
toegevoegd, luidende: 4. De voorzitter geniet geen
vergoedingen, onder welke benaming ook, voor werkzaamheden, verricht in
nevenfuncties die hij vervult uit hoofde van zijn ambt, ongeacht of die vergoedingen
ten laste van het waterschap komen. Indien deze vergoedingen worden uitgekeerd,
worden zij gestort in de kas van het waterschap. 5. Tot vergoedingen als
bedoeld in het vierde lid, behoren inkomsten, onder welke benaming ook, uit
nevenfuncties die de voorzitter neerlegt bij beëindiging van het ambt. 6. Andere inkomsten dan die
bedoeld in het vierde lid worden met de bezoldiging verrekend overeenkomstig
artikel 3 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer. 7. Op voordracht van Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden bij algemene
maatregel van bestuur regels gesteld over de wijze waarop de burgemeester
gegevens over de inkomsten, bedoeld in het zesde lid, verstrekt. C Artikel 49, vierde lid,
vervalt. D Na artikel 172 wordt een
artikel ingevoegd, luidende: Artikel 173 Artikel 44, vierde tot en met
zesde lid, onderscheidenlijk artikel48, zesde en zevende lid, is niet van
toepassing op het bij inwerkingtreding van die bepaling zittende lid van het
dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter van het dagelijks bestuur van
een waterschap, zolang deze zonder onderbreking zijn ambt vervult in hetzelfde
waterschap. ARTIKEL VII Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, |
|||||||||||