|
Geachte Fietsenrik, Hartelijk dank voor uw hartverscheurende
oproepen aan de Delftse politiek. Uw stukken laten een goed ontwikkeld politiek
inzicht en gezond gevoel voor humor zien. Dat laatste siert u, want er valt toch
al zo weinig te lachen in de Delftse politiek. U bent - en dat vind ik dan wel weer
jammer - alleen geen al te snelle observator. Want een geoefend politiek oog
had kunnen zien dat het knevelen der fietsers een goed te voorspellen nieuwe
fase zou worden in het Delftse beleid om het individuele vervoer aan stringente
banden te leggen. Uit te roeien, zo u wilt. U, als geoefend
historisch-materialist, had dit toch moeten zien aankomen. Eerst de auto dan de fiets Allereerst is de auto uit
zijn natuurlijke omgeving verdreven en teruggedrongen in enkele ondergrondse
reservaten. Volgens een in uw kringen gekende uitspraak mag men dit object in de
Delftse omgeving niet horen, zien of ruiken. Nadat deze klus met een zekere
grondigheid was geklaard - ik kan het niet ontkennen - bemerkten uw plucheverslaafde
helden dat er in Delft niettemin nog steeds op grote schaal sprake was van
niet-staatsgereguleerd, individueel privé-vervoer! Wat een uitdaging voor een
ambitieus college! Hier kon de inmiddels beproefde methode opnieuw en onverkort
worden toegepast. De draaiboeken kwamen weer uit de gemeentekast. De woorden
“auto” en “automobilist” werden vervangen door “fiets” en “fietser” en het
resultaat ziet u om u heen. Een volledig schone, autoloze en fietsloze stad. Er
is niets meer te zien, te horen of te ruiken. Een walhalla. Of niet? Nee, want
er zijn nog steeds ongereguleerde individuele vervoersbewegingen in de openbare
ruimte waar te nemen. Nu moeten we doorpakken. Na het ophokken van de auto’s en
de fietsen zijn die eigenwijze, ongrijpbare voetgangers aan de beurt. We
beginnen met een voetgangertoegangsbiljet voor de binnenstad. Dat is fase 1. Na
een korte - en op voorhand al geslaagde - evaluatie gaan we over op fase 2. Voor
ieder verplichte looproutes, af te leggen in een gelijkmatig tempo en in een
vast tijdsbestek (u kent dat nog wel uit uw stagetijd in de DDR. Heerlijke tijd
was dat; wat kon je daar toch veel kopen voor je kapitalistiese D-Marken).
Daarna, als het volk niet mort, tweerichtingsvoetpaden met gescheiden loopbanen
en ongelijkvloerse kruisingen en een maximumtijd om zonder koopintenties voor
een etalage te staan. Samen staan we sterker Wethouder zijn is dus
helemaal niet zo moeilijk. Ik ben alleen bang dat zelfs uw favoriete bestuurder
dat voor 7 maart niet meer klaar krijgt. Maar niet gewanhoopt, er komt een
waardige opvolger in de persoon van Fietsenrika. Op wie u allen na wat ritueel gepruttel
gewoon weer gaat stemmen; ik ken mijn plaatsgenoten een beetje. Zij zal het
karwei voor u met evenveel enthousiasme klaren. En dissidenten zal zij als goed
regent niet dulden. Ik wijs u daarvoor op haar subtiele weblog van 1 juli 2005.
Dat geeft alle vertrouwen in een bezonken oordeel en volwassen bestuursstijl
met ruimte voor afwijkende opinies. Respect voor minderheden staat hoog in het
vaandel. Haar webadres geef ik u niet. U zult zelf ook wat werk moeten doen.
Moet ik dan altijd alles alleen doen hier in Delft? Ik hoop het niet en heb
daarvoor een suggestie. Laten we een monsterverbond sluiten: u en ik. Laten we
samen al het geknevelde privé vervoer - de auto en de fiets - bevrijden. En de aanstaande
onderdrukking van de voetganger voorkomen. U moet daar voor in zijn. Ik weet,
in uw kringen leven niet alleen totalitaire, maar ook anarchistische trekjes. Zie
het als een nevenactie van uw geliefde dierenbevrijdingsfront. Hier hebt u mijn
sleutels en start die motor maar eens. Laat die bedreigde diersoort maar eens
lekker uit. Dat heeft-ie verdiend na z’n winterslaap. Dan zal ik die fietsen
‘ns artistiek-chaoties tegen de brugleuning draperen. Wonen we nou nog in een
studentenstad of niet soms? In de hoop op een korte en
hevige samenwerking, Henk Stapsprong |