|
Geachte
partijgenoten,
Wat is er in hemelsnaam mis met de
Partij van de Arbeid? Die vraag kregen wij allen de afgelopen
weken vaak voorgelegd. Leden, kiezers en de media zochten een
verklaring voor het dramatische verlies van de verkiezingen
voor het Europees parlement. De PvdA verloor vier van de zeven
zetels. Een aanzienlijk deel van de mensen die bij de
landelijke verkiezingen in 2006 nog op de PvdA had gestemd,
kwam op 4 juni niet opdagen of gaf zijn stem aan een ander.
Eurofielen als D66 en GroenLinks en - in mindere mate -
eurosceptici als SP en PVV wonnen ten koste van de PvdA.
De uitslag stemt tot nadenken. Deze brief - nee, niet
weer een rapport - vloeit voort uit de opdracht die het
partijbestuur ons kort na de teleurstellende
verkiezingsuitslag gaf: kom met een snelle maar gedegen
analyse van deze nederlaag. Wij gaan een stap verder. We
buigen ons niet alleen over de vraag hóe we de vórige
verkiezingen verloren, maar stellen ons ook de essentiële
vraag: waaróm willen wij de vólgende verkiezingen winnen? Het
antwoord daarop vertelt ons verhaal, over onze idealen en onze
dromen. Dat vormt de inspiratie om de draad op te pakken en de
gemeenteraadsverkiezingen met overtuiging tegemoet te treden.
Maar eerst de analyse van de Europese
verkiezingscampagne. Het algemene beeld is helder: het ontbrak
in de campagne aan een duidelijke boodschap, aan de juiste
strategie, aan gevoel van urgentie, aan een goede en tijdige
voorbereiding, aan geld, aan politieke sturing en vooral aan
overtuiging. We voerden campagne met de handrem erop.
De verkiezingsboodschap was 'een ander Europa'.
Kiezers die van oudsher dachten dat de Partij van de Arbeid
een Europese partij is, begonnen te twijfelen. Was de partij
nog wel voor Europa? De PvdA leek van alles te willen zijn:
een beetje voor en een beetje tegen. Trouwe PvdA-stemmers die
het vanouds met onze inhoud eens zijn, kozen deze keer voor
het eerst in hun leven knarsentandend D66 of GroenLinks. En
een kleinere groep schoof juist op richting SP en PVV, die
duidelijk kritisch staan tegenover Europa.
We bleken
bovendien ook nog eens op het verkeerde speelveld te staan. De
partij richtte zich op een verkiezingsstrijd die zou draaien
om de economische crisis. We zouden de boer op met het
nationale crisispakket van dit kabinet om aan te tonen dat,
ook op Europese schaal, een succesvolle solidaire aanpak van
de problemen mogelijk was. De verkiezingsstrijd ging
uiteindelijk nauwelijks over de crisis, maar veel meer over de
toetreding van Turkije, de Brusselse spilzucht, de toestroom
van Roemenen en de opvolging van eurocommissaris Kroes. Al
vroeg bleek dat onze boodschap niet aansloeg. Het campagneteam
constateerde dit wel, maar slaagde er niet in om de campagne
op een andere koers te brengen.
Een belangrijke
oorzaak daarvan was een gebrekkige campagneorganisatie. De
campagne werd uitgevoerd door een zeer enthousiast, maar
onervaren team. De campagnemanager was te laat in dienst
gekomen, nadat zijn voorganger om persoonlijke redenen was
teruggetreden.
Het ontbrak aan geld. De PvdA kampt met
een chronisch onvermogen om bij de achterban voldoende
middelen op te halen voor het voeren van campagnes. De pot was
aan het begin al bijna leeg. En een deel van het geld werd ook
nog eens besteed aan media-acties die bij nader inzien
onuitvoerbaar bleken.
Daarnaast voelde de lijsttrekker
zich gedurende de campagne gevangen tussen een pro-Europese
overtuiging en een veel eurokritischer campagneopdracht. De
lijsttrekker raakte geïsoleerd.
Dit alles had - in
ieder geval voor een deel - opgevangen kunnen worden door een
beter functionerende campagneleiding. De verantwoordelijkheden
waren onduidelijk en de sturing schoot tekort.
Partijgenoten,
Bij een nederlaag heeft de PvdA
doorgaans de neiging vooral naar zichzelf te kijken. Dat is
niet altijd terecht, maar bij deze campagne wel. Veel, zo niet
alles, ging fout in de campagne. De PvdA kwam net te kort voor
vier zetels. Met een goede planning en uitvoering van de
campagne hadden we die vierde zetel kunnen binnenhalen.
Veel aanbevelingen uit het rapport van de
commissie-Vreeman ('De scherven opgeveegd') ter verbetering
van de verkiezingscampagne zijn niet of niet succesvol
doorgevoerd. De aanwijzingen om daartoe de partijorganisatie
ter hand te nemen, zijn onvoldoende uitgewerkt. Ook het
scouten en rekruteren van nieuw potentieel zal op een
professionele manier effectiever moeten worden opgepakt. Het
aanbieden van een Rosa-leergang is niet genoeg.
Blijkbaar werd de urgentie van deze aanbevelingen niet
gevoeld. In alle geledingen van de partij waren mensen zich
onvoldoende bewust van het belang van de Europese
verkiezingen. Niemand had nagedacht over de uitslag en de
weerslag daarop binnen en buiten de partij. Dat moet bij de
gemeenteraadsverkiezingen echt anders. Daarnaast doen we zelf
nog een aantal aanbevelingen op basis van de laatste campagne.
De positie van de lijsttrekker in de campagne stemt
tot nadenken over de manier waarop we onze lijsttrekker
kiezen. Dat doen we nu volledig los van het
verkiezingsprogramma. Dat kan ook anders. De kandidaten moeten
in samenhang met hun programma worden gekozen. Om het
draagvlak voor de lijsttrekker te vergroten, moeten potentiële
kiezers eerder bij de verkiezingen worden betrokken. Primaries
onder PvdA-kiezers, niet alleen onder leden, kunnen een
uitkomst bieden. Het getuigt van lef als onze partij als
eerste politieke beweging in Nederland met deze nieuwe vorm
van kiezersinspraak aan de slag gaat. Dat is een opdracht aan
het partijbestuur.
Om de volgende verkiezingen te
winnen, moet er snel, nog deze zomer, stevig worden ingegrepen
in de campagneorganisatie. Meer prioriteit en dus ook
financiën voor de verkiezingscampagne. Een strakke planning
van minuut één tot en met de uitslagenavond. Een moderne en
duidelijke communicatiestructuur. Wervend materiaal, zonder
versleten slogan, beschikbaar stellen voor de afdelingen. De
campagnemanager, die dagelijks leiding geeft aan het
campagneteam, heeft meer bevoegdheden nodig om dwars door alle
geledingen van de partij beslissingen af te dwingen en uit te
voeren. Daarnaast bestaat er in het campagneteam behoefte aan
meer ervaring op het gebied van communicatie en strategie. En
de politieke top moet zich bij alle campagnes volledig
verantwoordelijk voelen voor de uitvoering van de juiste
strategie en de medewerking van alle geledingen daarbij.
En we hebben meer geld nodig. Naast het verhogen van
afdrachten van onze bestuurders en gekozen
volksvertegenwoordigers moeten we op een nieuwe en creatieve
manier fondsen werven. Ook niet-leden, sympathisanten, moeten
we verleiden om (eenmalig) een financiële bijdrage te leveren
aan onze partij.
Partijgenoten,
Met een goede
campagne en een heldere boodschap hadden we die vierde zetel
binnengesleept, maar dat verklaart nog niet het verlies van de
overige zetels. Gezegd moet worden dat we bij eenzelfde
percentage stemmen als in 2004 één zetel hadden ingeleverd als
gevolg van het lagere zetelaantal voor Nederland.
Velen zoeken de verklaring in het buitenland. Het
verlies van de PvdA stond niet op zichzelf. Zusterpartijen
verloren in omringende landen ook, soms nog meer dan hier. De
sociaal-democratie kon blijkbaar in heel Europa niet duidelijk
maken dat zij het antwoord heeft op de huidige economische
crisis - zoals vooraf menig campagneteam had gedacht. Net als
bij ons gingen de verkiezingen elders over andere,
sociaal-culturele, thema's: over buitenlandse arbeidskrachten
die je baan inpikken, over migranten, over het behoud van
nationale culturele waarden en over meer of minder Brussel.
Daarmee ging het dus ook over Europa. Maar de conservatieve en
vooral nationalistische partijen streken met de eer.
We kunnen ons echter niet verschuilen achter een
vervelende internationale trend. Het eroderende
kiezersvertrouwen heeft oorzaken die we vooral bij onszelf
moeten zoeken. We noemen er enkele die vaak terugkomen wanneer
je met teleurgestelde ex-kiezers spreekt. De PvdA stelt zich -
opnieuw - te veel op als bestuurderspartij en te weinig als
ideeënpartij en actiepartij. De fractie in de Tweede Kamer is
te onzichtbaar. We laten te vaak beloften uit onze handen
glippen. De woede over het gegraai aan de top, ook in de
publieke sector, treft vooral de PvdA. De prestaties die we
leveren op het gebied van zorg, onderwijs en veiligheid, zijn
nog niet zichtbaar en voelbaar. De overheid is voor veel
mensen niet meer de bondgenoot in moeilijke tijden, maar
vooral een veroorzaker van problemen. De problemen rond
integratie blijven voor de PvdA een achilleshiel in een tijd
waarin mensen onzeker zijn over de vraag of we erin slagen met
verschillende nationaliteiten en religies vreedzaam te kunnen
samenleven.
Partijgenoten,
Er is dus werk aan
de winkel. Werk dat voortborduurt op het huiswerk dat de
commissie-Vreeman de partij gaf na de vorige verkiezingen.
Vreeman riep op tot een 'fundamentele politieke plaatsbepaling
van de PvdA' en spitste dat toe op drie politieke thema´s:
arbeid, publieke sector en integratie. Bij twee van de drie
thema's heeft de partij intensieve debatten en
congresresoluties achter de rug, het derde debat is in
voorbereiding. Het zijn belangrijke discussies die ons
terugvoeren naar het hart van de sociaal-democratie:
solidariteit, bestaanszekerheid, vooruitgang en emancipatie.
Het mag echter niet bij de zoveelste 'herbronning'
blijven. We komen er niet met vrome uitspraken dat we de
kiezer hebben begrepen. De verkiezingsuitslag zegt ons dat die
meer van ons vraagt. De kiezer is vol verwachting en tegelijk
cynisch over een overheid die er niets van bakt. De overheid
moet bevrijd worden van het beeld dat zij vooral zichzelf
dient. Politici dienen de mensen. We zijn het aan hen én aan
onze eigen idealen verplicht om werk te maken van onze
uitgangspunten. Niet alleen om te luisteren of te doen wat je
gevraagd wordt, maar door mensen te overtuigen, hen te helpen
en ons verhaal te vertellen. Dat vraagt om een nieuwe,
radicale bestuursstijl die teruggrijpt op het
wethouderssocialisme van weleer. Natuurlijk, de PvdA werkt al
jarenlang elke dag aan het vertalen van idealen naar de
praktijk. Maar binnen de samenleving heerst grote onvrede over
de manier waarop. De huidige agenda van nota's en beleid biedt
onvoldoende soelaas. Er is een aanvullende aanpak nodig, ook
van PvdA politici. Een aanpak waarmee we door gevestigde
structuren durven te breken.
Afgestudeerde mbo'ers
willen immers geen resolutie over arbeid, maar een baan.
Ouders van schoolgaande kinderen zitten niet te wachten op een
PvdA-congres over de publieke sector, maar willen een goede
leraar voor de klas. En principes over eerlijk loon maken geen
eind aan het gegraai aan de top.
Naast een denk-agenda
met rapporten en resoluties, heeft de partij dringend behoefte
aan een doe-agenda, waarmee we de belangrijkste vraagstukken
met hernieuwde energie en een andere aanpak te lijf gaan:
- Waarom zetten we de bonusjager die de Amerikaanse
president Obama aanstelde, niet ook in Nederland aan het werk?
- Laten we vooral bij onszelf beginnen. Leden die in
de publieke sector meer dan de premier willen verdienen,
zoeken maar een andere partij. Goed verdienen mag, graaien
niet.
- We koesteren ambtelijke helden. Wethouders en
politici moeten buurtwerkers, ambtenaren en andere publieke
dienstverleners belonen en beschermen wanneer die onorthodoxe
oplossingen zoeken en dwars door ambtelijke structuren heen
gaan, maar wel het gewenste resultaat boeken. Bestuurlijke
ongehoorzaamheid is soms een uitstekende remedie tegen een
vermolmd overheidsapparaat.
- En we zetten door bij
het openbreken van de publieke sector. We maken een einde aan
de praktijk dat enkele bestuurders grossieren in
commissariaten bij scholen, ziekenhuizen en
woningbouwcorporaties. We geven huurders, patiënten en ouders
het recht om naar de rechter te stappen als bestuurders in hun
ogen onvoldoende presteren en we garanderen de menselijke maat
voor al deze instellingen via een fusietoets in de wet.
- Tot slot sturen we mensen met klachten over hufterig
gedrag van overheidsdiensten niet van het kastje naar de muur,
maar gewoon naar de verantwoordelijke politicus. Mensen met
klachten moeten direct terecht kunnen bij onze bestuurders.
Zij zijn immers verantwoordelijk voor de gemeentelijke
diensten en landelijke instellingen.
Zomaar een paar
voorbeelden van nieuwe ideeën die kunnen inzetten om onze
vertrouwde idealen te verwezenlijken. Wij adviseren de partij,
de Tweede Kamerfractie, wethouders en het kabinet om in de
komende maanden een gezamenlijke nationale en lokale agenda te
ontwikkelen waarin deze initiatieven worden uitgewerkt. Wij
moeten onze rijkdom aan ideeën, ons activisme en onze
bestuurskracht inzetten om een gezamenlijke agenda op te
stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010.
De
problemen die we willen aanpakken zijn niet van gisteren, en
ze zullen niet morgen opgelost zijn. Maar dat begrijpen
mensen. Onze kiezers zijn niet gek. Ze snappen dat de
uitvoering van mooie plannen in de rauwe realiteit kan
tegenvallen. Ze weten dat partijen in een coalitiestelsel
compromissen moeten sluiten en moeten inleveren op hun
onversneden idealen. Ze verwachten van ons geen sprookjes over
terug naar vroeger, geen wonderen om alle onrecht in één keer
weg te vagen. Ze verwachten strijdbaarheid voor onze idealen,
zelfvertrouwen over onze ideeën en dienstbaarheid aan de
mensen - niet aan de overheid. Ze begrijpen het dus niet als
we ons terugtrekken in de lemen bestuurslaag, onbereikbaar
voor kiezers, ze balen ervan als we vaag doen over
compromissen. En ze haken helemaal af als we geen vertrouwen
meer in onszelf hebben. Ze hebben volkomen gelijk.
Partijgenoten,
Het is soms moeilijk
zelfvertrouwen te houden na een uitslag als die van 4 juni. We
hebben gemerkt dat velen zijn gaan twijfelen. Over wat de
kiezer precies van ons wil. Over wat de concurrentie van ons
overlaat. Politieke analisten helpen daarbij een handje door
ons aan te praten dat het tijd wordt de oude verheffings- en
verbindingsidealen op te geven. Ze adviseren ons een keuze te
maken tussen enerzijds de progressieve elite, die enthousiast
is over globalisering en die nu naar D66 en GroenLinks zijn
uitgeweken, en anderzijds diegenen die zich juist bedreigd
voelen door alle veranderingen, die nu voor SP en PVV lijken
te gaan.
Wij maken een heel andere keuze. De PvdA
heeft de ambitie om deze verschillende groepen en daarmee de
samenleving niet uit elkaar te laten vallen, maar juist te
verbinden. En dat klassieke ideaal is niet achterhaald,
integendeel. Nooit eerder was ze zo actueel en noodzakelijk.
Juist nu mensen steeds vaker tegenover elkaar komen te staan
en soms zelfs tegen elkaar worden uitgespeeld, delven de
kwetsbaren als eerste het onderspit. En in deze dynamische
samenleving kan dat iedereen treffen: wie vandaag een baan
heeft, kan morgen zomaar werkloos zijn. De prangende vraag
dringt zich op wat voor Nederland we willen? Een Nederland
waarin we met elkaar leven of een Nederland waarin we elkaar
naar het leven staan?
De lokale verkiezingen in 2010
bieden ons de kans om te laten zien dat we bouwen aan onze
ambitie. Concreet. Op honderden plekken in Nederland werken
onze PvdA-wethouders aan het opknappen van wijken, zodat arm
en rijk door elkaar willen wonen en buurten schoon en veilig
zijn. Aan het verbeteren van de taalkennis van migranten,
zodat autochtoon en allochtoon met elkaar kunnen praten. Aan
het gemengd houden of maken van scholen, zodat kinderen met
elkaar spelen. Aan het eerlijk delen van welvaart en het
bieden van goede zorg, zodat iedereen kan meedoen aan de
samenleving. Aan het creëren van vrijplaatsen voor cultuur,
zodat artisticiteit de ruimte krijgt. Aan het schoonmaken van
de lucht, het isoleren van huizen en het installeren van
zonnepanelen, zodat banen worden gecreëerd en onze economie
schoner en efficiënter wordt. En ja, daarbij worden fouten
gemaakt en compromissen gesloten. Maar er wordt ook
ongelofelijk veel resultaat geboekt. Het moet maar eens
afgelopen zijn met de sociaaldemocratische gewoonte dat we
onze successen niet kunnen verkopen. Onze honderden wethouders
en raadsleden kunnen trots zijn op wat ze hebben bereikt.
Met deze resultaten in de achterzak - en met de eerder
beschreven agenda - gaan we met opgeheven hoofd de
gemeenteraadscampagne in. In het besef dat wij als grootste
linkse partij leiding willen geven aan een programma van
verbinding en optimisme.
Om daar effectiever in te
kunnen opereren moeten we actief de samenwerking met andere
progressieve partijen zoeken. Niet om met elkaar samen te
gaan, daarvoor zijn we te verschillend. Ook niet om de huidige
coalitie in Den Haag te ondermijnen. Wel om een gezamenlijke
vuist te maken tegen de nederlagenstrategie van de
pessimisten, tegen de angst en intolerantie. Bij de komende
raadsverkiezingen moeten we lijstverbindingen met andere
progressieve partijen actief onder onze afdelingen promoten.
Partijgenoten,
Een verbeterde
campagneorganisatie, een agenda voor de
gemeenteraadsverkiezingen en een hervonden zelfbewustzijn over
de bereikte resultaten brengen ons een heel eind richting de
komende verkiezingen.
Maar onze belangrijkste
ingrediënt voor het herwinnen van vertrouwen is onze ambitie,
onze strijdbaarheid. Die moeten we terugvinden, van hoog tot
laag in onze partijorganisatie. We moeten tegenwicht bieden
aan de zuigkracht van de bestuurderscultuur en terug naar de
verzengende ambitie om de wereld te verbeteren, iedere dag
opnieuw. We moeten ons realiseren dat politiek ertoe doet. Dat
we iets kunnen betekenen voor mensen, juist nu de druk van
oplopende werkloosheid en tegenzittende economie de komende
tijd alleen maar groter wordt. En dat we dáárom de volgende
verkiezingen moeten winnen.
Stel uzelf de volgende
vraag: Laten we ons ontmoedigen door verkiezingsnederlagen,
door de omvang van de problemen, door de onvermijdelijke
mislukkingen en fouten die we zullen maken? Of laten we ons
leiden door het ideaal van een eerlijke, sterke en schone
economie en een sociale en ongedeelde samenleving, door de
wetenschap dat we dat ideaal kunnen waarmaken als we de juiste
keuzes maken en de juiste maatregelen nemen. En door het besef
dat wij onze kinderen onder ogen moeten komen als we daarin
falen. Deze brief kan die vraag uiteindelijk niet
beantwoorden, U kunt dat wel.
* * *
Dankwoord
Deze brief aan de leden kwam tot stand na vele gesprekken
met mensen binnen en buiten de partij. Wij willen iedereen
danken voor zijn of haar adviezen en aanbevelingen. Een
bijzonder woord van dank gaat uit naar Tom van der Horst,
onderzoeker op het partijbureau in Amsterdam, en naar Erwin
Buter, voorlichter bij de Tweede Kamerfractie in Den Haag.
De werkgroep bestond uit: Sharon Dijksma
(voorzitter) Keklik Yücel Ria Steenaart Roos
Vermeij Diederik Samsom Jaap van der Ploeg Monique
Wijlhuizen |